Afdrukken

De lotgevallen van een Amsterdams Cavaillé-Coll-orgel      

René Verwer

In september j.l. werd in de H.H.-Joannes en Ursulakerk op het Begijnhof te Amsterdam het Cavaillé-Coll-orgel geplaatst, dat in 1879 was vervaardigd voor het ‘Roomsch Catholijk Gesticht van Liefde Sint Bernardus’ aan de Oude Turfmarkt (tegenover het Rokin ter hoogte van de Munttoren). Vanaf 1915 stond het instrument in de kapel van het Verzorgings- en Verpleeghuis Bernardus aan de Nieuwe Passeerdersstraat in de hoofdstad, totdat een felle brand op 5 december 2006 het orgel zwaar beschadigde. De herstelwerkzaamheden en de overplaatsing werden door Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom uitgevoerd.
De Franse orgelmaker Aristide Cavaillé-Coll kreeg in 1878 opdracht voor de levering van
Cavaillé-Coll orgel  H.H. Joannes & Ursulakerk te Amsterdam   Foto: RV    
een klein serieorgel aan het gesticht. Drie jaar eerder had hij een groot concertinstrument in het Paleis voor Volksvlijt geplaatst (sinds 1924 in de Philharmonie te Haarlem), waarbij de gebroeders Petrus en Lambertus van Ogtrop nauw waren betrokken. Hun broer Leonardus, in hetzelfde jaar benoemd tot regent van het Gesticht van Liefde, beijverde zich om voor de kapel eveneens een orgel uit het beroemde Parijse atelier te bemachtigen. Op 16 december 1878 stuurde Cavaillé-Coll een offerte voor een ‘orgue d’occasion’ van zes stemmen  (Montre 8’, Salicional 8’, Bourdon 8’, Prestant 4’, Doublette 2’ en Basson et Hautbois 8’ B/D, aangehangen pedaal  C-cº), maar men wilde een groter instrument met meer klankmogelijkheden.

Ook de tweede offerte, waarvan de prijs 2000 fr hoger lag dan de oorspronkelijke 4000 fr, werd niet aanvaard. Uiteindelijk koos men voor het model 4A uit het werkplaatsboek van de firma (overeenkomend met nr. 17A resp. 5 uit de firmacatalogi van 1889 en 1891), met kasnummer 13, de prijs bedroeg 8000 fr.
De dispositie hiervan luidde:

 Clavier:

Montre
Bourdon
Flûte harmonique
Voix céleste
Prestant   
Doublette   
Trompette   
Hautbois   

8 pieds
8 pieds basse [C-hº]
8 pieds dessus [c¹-f³]
8 pieds [cº-f³]
4 pieds
2 pieds
8 pieds
8 pieds dessus [c¹-f³]

 Pédale    En tirasse (20 notes)[C-gº]
 Pédale de combinaison Appel et renvoi Trompette 


Van dit model zijn er van 1866 tot 1893 33 gemaakt. De keuze tussen 4A en 4B behelsde de toevoeging van een zwelkast en/of een vrijstaande speeltafel. Wat betreft de kas was er een ruime keuze; blijkens het werkplaatsboek werden meubels geleverd met 14 tot 35 frontpijpen. Het Amsterdamse orgel had de claviatuur aan de rechterzijde. Het bezat geen zwelkast maar er waren luiken aan de voorzijde aangebracht (deze keerden bij de laatste restauratie terug).
Hoewel de Franse diplomaat Charles-Marie Philbert (1826-1894) bij de bouw van de andere Cavaillé-Coll-orgels direct betrokken was, liep zijn bemoeienis hier via Jos. Verheijen en Pierre Veerkamp (de laatste intoneerde het orgel). 

Na zijn Amsterdamse tijd was Philbert van 1878 tot 1880 werkzaam in Helsingør.
Op 6 februari 1880 werd het orgel ‘op plechtige wijze ingewijd met een solemneel lof, bij welke gelegenheid door den Eerw. Rector, den heer B.H. Klönne, een toepasselijke rede werd gehouden’. Vier jaar later werden enige intonatiewijzigingen verricht door Félix Reinburg.
In 1910 verwisselde de fa. Adema (die het orgel vanaf het begin in onderhoud had) de Doublette 2’ voor een Aeoline 8’. In 1984 is de Doublette gereconstrueerd.
Wegens toename van het aantal bewoners verhuisde het gesticht in 1915 naar de Nieuwe Passeerdersstraat. Men plaatste het orgel op het zangkoor op de eerste verdieping ter hoogte van het priesterkoor. In 1968 werd de kapel door het aanbrengen van een tussenvloer qua hoogte gehalveerd. De grandeur van het ‘rijke roomsche leven’ maakte plaats voor een zakelijke post-Vaticaanse aankleding. De bekroning van het orgel werd in de nieuwe opstelling ontdaan van kruis en pinakels.


Het laten branden van de verlichting in de afgesloten klaviatuur bleek de oorzaak van de brand op 5 december 2006. Klaviatuur, mechaniek, front- en binnenpijpen waren zwaar beschadigd. Het instrument werd uit elkaar genomen en voorlopig in Hillegom opgeslagen.  Dat het orgel niet meer op dezelfde locatie zou terugkeren stond reeds vast omdat er vergevorderde plannen waren voor de bouw van een nieuw verzorgingstehuis elders in de stad.  Men heeft ervoor geijverd dit instrument voor de hoofdstad te behouden (mede omdat het Paleisorgel naar Haarlem is verhuisd en er sloopplannen waren om het verzorgingstehuis ‘Nieuw Vredenburgh’ en waardoor ook de toekomst van het beroemde St.-Augustinus-orgel – eveneens van Cavaillé-Coll – ongewis was).  In september jl. is het orgel geplaatst in de Begijnhofkapel. De verloren gegane delen zijn hersteld c.q. gereconstrueerd, de oorspronkelijke bekroning, een kanteelachtige bovenlijst met pinakels en kruis, is in ere hersteld. Ook de luiken voor het orgel, uniek in het oeuvre van Cavaillé-Coll bracht Adema opnieuw aan. Voorts is het geheel schoongemaakt en de kas in de was gezet. Hoewel het instrument slechts 6 ½ stem telt, bezit het een grote sonore kracht, menig exemplaar van dit model stond in een grote kerk (o.a. Sées, kathedraal; Lourdes, basiliek). Ondanks het forse budget waarover de opdrachtgevers destijds konden beschikken, is het onbekend waarom men niet voor de optie met zwelkast koos. De Trompette 8’ is sterk (en was op de oude locatie nauwelijks te gebruiken), maar met gesloten luiken klinkt zij zeker zo imposant. De combinatie Montre 8’, Bourdon/Flûte harmonique 8’ en Voix céleste 8’ is wondermooi en zeer geschikt voor menig deel uit Francks L’Organiste of Pièce en style libre van Vierne. Omdat het orgel op de eerste plaats als begeleidingsinstrument functioneert, zal men met zorg literatuur moeten kiezen.
Waarschijnlijk zal het Cavaillé-Coll-orgel op zondag 14 februari 2010, om 15.00 uur worden ingespeeld door ons lid Ton van Eck, maar omdat de inwijding al enige malen is uitgesteld, is het voor belangstellenden raadzaam om vooraf contact op te nemen met de pastorie van de H.H. Joannes en Ursulakerk (tel. 020-622 19 18).
Amsterdam bezit weer een fraai Cavaillé-Coll-orgel, dat op deze locatie overigens aanzienlijk beter tot zijn recht komt dan op zijn oude plaats. Moge velen daarvan getuige zijn!
Literatuur: René Verwer, Cavaillé-Coll en Nederland (Alphen aan de Rijn 2009)

Koororgel in Paterskerk te Venray
Op zondag 29 november werd met een orgel- en korenconcert het nieuwe koororgel van de Paterskerk aan de Leunseweg in Venray officieel in gebruik genomen. Afgelopen voorjaar is dit orgel in de kerk geplaatst. Het koororgel is door de firma Pels en van Leeuwen in 1975 gebouwd als Opus 804 voor de Hervormde Kerk in Vught. Dit orgel is een volledig mechanisch instrument.
Voorjaar 2009 is het instrument overgebracht naar de werkplaats van orgelbouwer en –restaurateur John Blummel in Oss. Na een gedegen schoonmaak- en afstelbeurt aldaar is het orgel naar de Paterskerk gebracht. Bij de transport- en opbouwwerkzaamheden zijn veel vrijwilligers behulpzaam geweest. (BH; SOL nieuwsbrief december 2009)

KDOV-blad Winter 2009