Afdrukken

Engels orgel in Ter Apel
In de St.-Willibrorduskerk te Ter Apel (een neogotische kerk van Alfred Tepe) is op zondag 7 november jl. een Nicholson-orgel uit 1891 in gebruik genomen. Oorspronkelijk gebouwd voor een kerk in Reading (bij Londen) kwam het in 1992 in bezit van orgelrestaurateur F.R. Feenstra uit Grootegast. Deze plaatste het 1992 in de St.-Ludgerkerk te Lichtenvoorde, maar tien jaar later werd deze kerk gesloten en het orgel opgeslagen. Het is thans gerestaureerd en van zijpanelen voorzien (die vanwege vorige opstellingen ontbraken). In ons land is het drieklaviers-Nicholson-orgel in de St.-Christoforuskerk te Schagen (1882) genoegzaam bekend.
De dispositie luidt als volgt:
Great Organ (C-g³): Open Diapason 8’, Dulciana 8’, Keraulophon 8’, Clarabella 8’, Harmonic Flute 4’, Principal 4’, Fifteenth 2’; Swell Organ: Open Diapason 8’, Gamba 8’, Salicional 8’, Lieblich Gedackt 8’, Voix celestes 8’, Flute 4, Piccolo 2’, Oboe 8’; Pedal (C-f¹): Bourdon 16’, Principal 8’; Werktuiglijke registers (trekknoppen): Swell to Great, Swell to Pedal, Great to Pedal, zes treden voor vaste combinaties (zg. Combination pedals). Toonhoogte a¹= 450 Hz., winddruk 68 mm.  
(RV/Orgelnieuws 6 november 2010)

Orgelrestauratie in Someren
Op zondag 11 juli is het gerestaureerde Smits-orgel in de St.-Lamber¬tus-kerk te Someren wederom in gebruik genomen. Verschueren Orgelbouw te Heythuysen (met adviseurs Rogér van Dijk en Wim Diepenhorst) voerde de restauratie uit. De oorspronkelijke dispositie, klaviatiuur en de spaanbalgen zijn gereconstrueerd. Al bij de bouw van het instrument in 1857 (twee klavieren en zelfstandig pedaal) bleef een aantal registers gereserveerd. Werkzaamheden door Franssen (1872), Vermeulen (1878, overplaatsing naar de nieuwe kerk in 1925, wijzigingen in 1963) brachten het instrument verder weg van het oorspronkelijke concept. Na de huidige reconstructie is het wachten nog op de toevoeging van de tongwerken van het Onderpositief (Harmonica 8’ B/D) en Pedaal (Fagot 16’, Trompet 8’, Clairon 4’ en Cink 2’, en een Fluit 8’). Voorts is gebruik gemaakt van Smits-pijpwerk van elders. Door de balustrade-opstelling bevindt de klaviatuur zich aan de achterzijde. De volgende registers zijn thans aanwezig:
Hoofdmanuaal (C-f³): Prestant 8’ (deels nieuw), Bourdon 16’, Portunaal 8’, Holpijp 8’, Prestant 4’, Fluit 4’, Quint 3’ (nieuw), Octaaf 2’, Mixtuur, Trompet 8’ B/D (deels 1963/ nieuw), Clairon 4 (1963); Onderpositief: Holpijp 8’, Viola di gamba 8’, Prestant 4’ (deels nieuw), Fluit 4’ (nieuw), Piccolo 2’, Flageolet 1’ (nieuw); Pedaal (C-d¹): Bourdon 16’ (nieuw), Prestant 8’ (1963), Prestant 4’ (1963). Toonhoogte a¹= 422,5 Hz.
(RV/Orgelnieuws 22 september 2010)

Orgelrestauratie in Esch
In de St.-Willibrorduskerk te Esch werd op 6 november het Heyneman/Van Hirtum-orgel (ca. 1788/1817)  na een restauratie door Hans van Rossum in gebruik genomen. Dit instrument was oorspronkelijk voor de Ned. Herv. Kerk te Vught gemaakt. Nadat het in 1795 door oprukkende Franse troepen zwaar was beschadigd maakte Hirtum windlade en delen van het  pijpwerk nieuw. Nadien vonden werkzaamheden plaats door J.C. Schmidt, A.J. Graindorgue, O. Koch en J. de  Koff. In 1961 is het orgel verkocht aan de St.-Willibrordusparochie te Esch, opgebouwd door vrijwilligers en geïntoneerd door Hubert Schreurs. Bij de huidige restauratie was de situatie van Van Hirtum uitgangspunt, een later toegevoegd pedaal (De Koff 1934) is verwijderd. Adviseur  was Rogér van Dijk namens de KKOR. De dispositie van het eenmanualig instrument luidt:
Holpijp 8’ (Heyneman), Flute travers 8’ D (vermoedelijk Smits), Prestant 4’ (Heyneman/nieuw), Fluyt 4’ (Heyneman), Quintfluit 3’ (deels Heyneman), Octaaf 2’ (nieuw), Mixtuur III (bas Van Hirtum, discant nieuw), Kromhoorn 8 B (nieuw), Trompet 8’ D (nieuw).
Toonhoogte a¹= 425,5 Hz., winddruk 60 mm.
(RV/Orgelnieuws 20 november 2010)  

KDOV-blad Winter 2010