Afdrukken

Loret-orgel in Vessem gerestaureerd

 

Foto: www.brabantorgel.nl

 


Op 28 april jl. werd in de St.-Lambertuskerk te Vessem (Noord-Brabant) het door Verschueren Orgelbouw gerestaureerde orgel in gebruik genomen. Dit in 1868 door François-Bernard Loret (1808-1877) voor de voormalige parochiekerk gemaakte instrument werd in 1883 in de nieuw gebouwde neogotische kerk geplaatst en kreeg toen zijn huidige front (eveneens in neogotische stijl). Wijzigingen vonden plaats in 1929 en 1968. Bij de huidige restauratie onder advies van Rogér van Dijk herkreeg het orgel zijn oorspronkelijke dispositie.  Bij de ingebruikname speelde Ad van Sleuwen composities van o.a. Dubois, Lemmens en Van den Bogaert .
Van de Belgische orgelmakersfamilie Loret zijn François-Bernard en Hippolyte de bekendsten. Hippolyte werkte eerst in Brussel en vestigde zich in 1859 in Parijs, hij maakte circa 450 instrumenten. Zijn broer, werkzaam in Dendermonde, Sint Niklaas en Mechelen, kreeg bekendheid door de zgn. economie-laden, een vinding om de prijzen laag te houden: hij plaatste pijpwerk van verschillende manualen op één windlade en paste mechanische transmissies toe. Zo zien we in het bestek voor Vessem een Hoofdwerk van negen registers, waaronder de vier stemmen van het Positief. Uiteindelijk werd bij dit instrument van het oorspronklijke plan afgezien. Bij de oplevering had het orgel de volgende dispositie:
Hoofdwerk (C-f³): Bourdon 16’, Quintadena 8’, Prestant 4’, Flageolet 2’, Trompette B/D 8’; Positief: Prestant 8’, Bourdon 8’, Salicional 8’, Roerfluit 4’; aangehangen pedaal (C-d¹).
In 1929 verplaatste Vermeulen de Bourdon 8’ naar het Hoofdwerk, de Quintadena kwam te vervallen. Op het Positief verving men de Salicional door een Viola di gamba 8’ en werd een Voix céleste toegevoegd. Dit laatste register moest in 1963 op zijn beurt het veld ruimen voor een Doublette 2’-1 1/3’. De laatste restauratie bracht het instrument naar het classisistisch-romantische klankbeeld uit 1868. De winddruk is (wederom) van 75 naar 90 WK verhoogd.
De St.- Lambertuskerk beschikt weer over een origineel Loret-orgel in een eveneens prachtig gerestaureerd gebouw, dat zich in 1965 de ‘versobering’ (lees: het witkalken van de prachtige muurdecoraties van Jos Lommen, leerling van Pierre Cuypers) naar post-Vaticaanse opvattingen moest laten welgevallen. (RV/De Orgelvriend 52/6, juli 2010)

Restauratie orgel St.-Jacobus Den Haag
Op zaterdag 29 mei jl. is het Adema-orgel van de St.-Jacobuskerk aan de Parkstraat te Den Haag met een concert door titularis Jos Laus opnieuw in gebruik genomen. Het instrument werd gerestaureerd en uitgebreid door de firma Slooff Orgelbouw te Lekkerkerk.
Menigeen zal zich de totstandkoming van dit orgel in 1976 herinneren. Het Adema-orgel van de voormalige Haarlemse Spaarnekerk (1891, in 1953 door Schreurs gecompleteerd met drie registers) werd samengevoegd met bruikbare delen van het Vermeulen-orgel in de Haagse St.-Jacobuskerk (1948), waarin zich nog pijpwerk van Maarschalkerweerd (1902) en zelfs Kam bevond. Alleen de Cromorne 8’ van het Positief is toen nieuw gemaakt. De firma Adema-Schreurs bracht tevens het front in de oorspronkelijke staat uit 1891 terug. In januari 1977 speelde Ton van Eck zijn drieklaviersorgel met 53 stemmen in, concerten vonden nadien plaats door Kamiel d’Hooghe en Marie-Claire Alain.
De klankuitstraling bleef een probleem: het instrument staat achter een grote neogotische toog opgesteld en de hoge koorzolder steekt vér de kerk in. In 1978 werden mede om deze redenen de jalouzieën van het Positief-Expressief verwijderd, later is de lade verhoogd opgesteld. In 1988 en 1994 verving of verplaatste Schreurs een aantal stemmen.
Na de algehele kerkrestauratie is het orgel opnieuw gerestaureerd en uitgebreid. Membranen zijn vervangen en de regulateurbalg van het Positief opnieuw beleerd. De zwelkast van het Positief is in ere hersteld. Ten behoeve van de verbetering van de klankuitstraling werden binnenpanelen verwijderd en houten pijpen van de Bourdon 16’ (Hoofdwerk) en Violon 16’ (Reciet) verplaatst.
Vier nieuwe registers zijn aan de dispositie toegevoegd: de Nasard 2 2/3’ (Hoofdwerk, ex Flageolet 1891/1953) uit 1976 was al eerder opgeschoven naar 5 1/3’-ligging, de Quintviola (1891, ex-Doublette) van het Positief is verplaatst naar het Hoofdwerk, op het Positief is een Doublette van Van den Bijlaardt bijgeplaatst. Op het Reciet zijn een Quintviola 2 2/3’, een Clairon 4’ en een Bombarde 16’ toegevoegd. Een Contrebombarde 32’ (!) is gereserveerd. Tenslotte is het orgel nagezien op intonatie en kreeg de speeltafel een vernieuwd interieur. Het werk stond onder advies van Remy Syrier en Jos Laus namens de KKOR en Wim Diepenhorst namens de Rijksdienst Cultureel Erfgoed.
(RV/Ingebruiknameboekje 1976/www.orgelnieuws.nl)

Restauratie Vermeulen-orgel St.-Bonaventurakerk Woerden    
Onlangs is de restauratie van het Vermeulen-(hoofd)orgel in de St.-Bonaventurakerk te Woerden voltooid. In 2001 was de KDOV te gast in deze toen zojuist fraai gerestaureerde kerk van architect N. Molenaar (1892), bij welke gelegenheid het Vermeulen-orgel in het transept werd bespeeld. Thans beschikt deze kerk over twee prachtige instrumenten.
Het hoofdorgel werd in 1919 gemaakt, tegelijkertijd met het bijna identieke instrument van de O.L.V. Rozenkrans (Obrechtkerk) te Amsterdam. Zoals veel orgels uit het begin van de 20ste eeuw werd het later enkele malen aangepast aan de ‘eisen van de tijd’: strijkers en (overblazende) fluiten zijn vervangen door hoogvoetig materiaal, de Mixtuur werd gewijzigd en pijpwerk voor de superoctaafkoppel van het Hoofdwerk verwijderd. Vanaf de jaren ’80 was het orgel langzamerhand onbespeelbaar.
In 2008 werd aan Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom opdracht gegeven het orgel, inmiddels met monumentale status, naar de oorspronkelijke staat te restaureren. Adviseurs bij dit project waren Ton van Eck (KKOR) en Rudi van Straten (RCE). Destijds opgeschoven pijpwerk is teruggebracht, met aanvulling van nieuw of gebruikt materiaal.
Een belangrijk gegeven is het verhogen van de hoofdwerklade: deze stond deels achter de onderkas, waardoor de uitstraling ernstig werd belemmerd. In de ontstane ruimte kon nu de hoofdbalg, destijds in de torenruimte opgesteld, onder het Hoofdwerk worden geplaatst. De rein-pneumatische speeltafel is geheel gerestaureerd, alle conducten zijn opnieuw aangelegd.
Onder het nieuwe pijpwerk bevinden zich de superoctaven van het

Foto: René Verwer

 


Hoofdwerk (g3-g4) die in 1946 waren verwijderd. De zinken frontpijpen zijn gespoten, op de labia werd bladgoud aangebracht.
Het instrument staat vrij op het oxaal en de uitstraling wordt niet gehinderd door een grote stenen balustrade en/of een neogotisch toog. Hierdoor klinkt het magistraal in de kerkruimte.

 Bijzonder fraai zijn de strijkers van het Zwelwerk: Vioolprestant 8’ (f), Viola di gamba 8’ (mf) en Dolce 8’ (p), destijds geïntoneerd naar de inzichten van het Caecilianisme. De Mixtuur II-V sterk is eigenlijk een (tot c3) niet-repeterende Plein jeu harmonique, vandaar de omissie van een Octaaf 2’, hoewel men zich kan afvragen of Vermeulen indertijd van deze techniek van Cavaillé-Coll op de hoogte was. De sub- en superoctaven genereren een bijzonder effect: I + I 4’ klinkt luid maar niet schel en men krijgt de indruk dat het instrument veel groter is dan de aanwezige 26 stemmen. De 16’-labialen van het pedaal zijn dragend, niet te sterk en de herstelde Quintbas 10 2/3’ zorgt voor een indrukwekkend effect. Uiteraard valt op dit orgel ook de nodige Franse en Duitse mystiek te realiseren.
Het orgel laat zich plezierig bespelen, hoewel de mogelijkheden van pneumatische tractuur ook hun schaduwkanten blijven houden.
Hoewel de zwelkast goed werkt, is deze niet geheel van de ruimte afgesloten. Dit kwam bij meerdere orgels rond de vorige eeuwwisseling voor, zonder dat het duidelijk is wat hiervan de reden was.
Foto: René Verwer

 

 Op zondag 12 september jl. speelde titularis Geerten Liefting het orgel in tijdens een bijzondere eucharistieviering en aansluitend concert. De openbare presentatie vindt plaats op vrijdag 22 oktober om 19.30 door Ton van Eck.
De dispositie van het orgel luidt (cursief gedrukte registers: geheel of gedeeltelijk nieuw) Hoofdwerk (C-g³): Prestantfluit 16’, Prestant 8’, Fluit harmoniek 8’, Salicionaal 8’, Bourdon 8’, Octaaf 4’, Fluit 4’, Mixtuur II-III-IV-V-(III), Trompet 8’; Zwelwerk: Bourdon 16’, Vioolprestant 8’, Viola di gamba 8’, Voix céleste 8’, Dolce 8’, Holpijp 8’, Violine 4’, Nasard 2 2/3’, Piccolo 2’, Terts 1 3/5’ (1946),  Echotrompet 8’; Pedaal (C-f¹): Prestantbas 16’, Subbas 16’, Quintbas 10 2/3’, Cello 8’, Fluit 4’, Bazuin 16’. Werktuigelijke registers: Koppel I + II, I + I 4’, I + II 16’, P + I, P + II, Autom. Pedaal, Vaste combinaties (6), Vrije combinaties (2), Tremolo II, Zwelkast II, Generaal Crescendo, Transpositeur.
Foto: René Verwer

Met dank aan Geerten Liefting voor de gastvrije ontvangst. Voor verdere gegevens wordt verwezen naar www.orgelnieuws.nl (RV; september 2010)  

 

 

      Foto: René Verwer  

Spierdijk neemt gerestaureerd Ypma-orgel in gebruik
Op zondag 26 september 2010 wordt het Ypma-orgel in de Parochiekerk van de H. Georgius in het Noord-Hollandse Spierdijk opnieuw in gebruik genomen. Het orgel uit 1875 werd onlangs gerestaureerd door Orgelmakerij Reil B.V. te Heerde. Voor een uitgebreid artikel zie: www.orgelnieuws.nl.

KDOV-blad Herfst 2010