No events found.

Orgelbouwnieuws

Het KDOV-blad - dat vier keer per jaar verschijnt - kent een rubriek Orgelbouwnieuws. Vanaf 2007 publiceren we hier deze artikelen met voorbehoud van rechten.

Ingebruikname Ypma-orgel St. Nicolaasga
Pasen 2011 is het Ypma-orgel van de parochie te St. Nicolaasga officieel in gebruik genomen. Het is oorspronkelijk afkomstig uit Akersloot. Tijdens de viering wordt het hoofdzakelijk gebruikt voor solospel (o.a. Grand Dialogue van Marchand) en de begeleiding van de volkszang. Organist is Y. v.d. Wal; dirigent Johan Kuipers. De officiële inspeling heeft plaatsgevonden door dhr. T. van Eck op zaterdagmiddag 7 mei.
Johan Kuipers meldt het volgende: “De mensen die het Ypma orgel kenden sinds 1975, waaronder ook Frits Haaze, zijn vol lof over hetgeen door de orgelmakers Bakker en Timmenga is gepresteerd. Het orgel heeft t.a.v. de klank een grote verandering ondergaan. Een ongeveer vergelijk vind ik in het orgel van Dirkshorn (Herv. Kerk) en Langeraar”. (RH; mei 2011)

 

Restauratie orgel St. Josephkerk Haarlem
De restauratie van het Adema -  orgel in de Haarlemse Sint Josephkerk is onlangs voltooid. Adema’s Kerkorgel¬bouw begon met de restauratie in het najaar van 2009.
Het orgel werd in de jaren 1095/1906 gebouwd door P.J. Adema. Daarbij werd gebruik gemaakt van de orgelkast en een deel van het pijpwerk van een eerder orgel uit 1856, gebouwd door Henricus Lindsen. Zo ontstond een instrument met 29 stemmen, verdeeld over Hoofdwerk, Reciet en Pedaal. De tractuur was volgens het pneumatische membraanladesysteem.
In 1947 werd het orgel gerestaureerd door Hubert Schreurs/Adema’s Kerk-orgel¬bouw waarbij een tweetal dispositiewijzigingen werd uitgevoerd. Twintig jaar later werd, opnieuw door Hubert Schreurs, de tractuur geëlektrificeerd en de dispositie gewijzigd.
Het orgel heeft beroemde vaste bespelers gekend: Hendrik Andriessen, die van 1913 tot 1934 organist van de Sint Josephkerk is geweest, en Albert de Klerk, die Andriessen in 1934 opvolgde en ruim zestig jaar titularis is geweest, tot aan zijn dood in december 1998. De huidige titularis is Gemma Coebergh (sinds januari 1999).

De  restauratie is omvangrijk geweest. Windladen, windvoorziening, pijpwerk en tractuur werden volledig gerestaureerd. Tevens werd de dispositie gereconstrueerd, waarbij de situatie van 1906 als uitgangspunt gold, met behoud van de Sesquialter uit 1947. De Vox Humana die in 1947 werd vervangen door genoemde Sesquialter kwam uiteindelijk terecht in het Adema – orgel van de Dominicanenkerk in Zwolle. Een nieuwe Vox Humana kon op basis van dit origineel worden gereconstrueerd. De Quint 3’ werd teruggeschoven naar de oorspronkelijke 6’- basis, waarbij het groot octaaf nieuw is vervaardigd.
De speeltafel werd hersteld op basis van de bewaard gebleven speeltafelkop uit 1947 met karakteristieke melkglazen registerwippers en profileringen. De speeltafel werd gedigitaliseerd met inbouw van een elektronisch setzersysteem.
Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om de pedaalomvang met drie tonen uit te breiden tot f’. Daarvoor werd een nieuwe windlade en aanvullend pijpwerk bijgemaakt.

De huidige dispositie is als volgt:

Hoofdmanuaal
(C – g3)
 Reciet expressief
(C – g3)
Pedaal
(C – f1)
 
Principaal 16’
Bourdon 16’
Prestant 8’
Salicionaal 8’
Fluit Harmoniek 8’
Holpijp 8’
Quint 6’ *
Prestant 4’
Octaaf 2’
Mixtuur 2.3.4.5  *
Cornet 5 st.  *
Trompet 8’ *
Prestant 8’
Viola 8’
Vox coelestis 8’
Bourdon 8’
Quintatoon 8’
Violone 4’
Fluit Harmoniek 4’
Piccolo 2’   *
Sesquialter 2 st.   *
Trompet 8’  *
Fagot- Hobo 8’   *
Vox Humana 8’  *
Contrebas 16’
Subbas 16’
Openbas 8’
Gedektbas 8’
Openfluit 4’
Bazuin 16’  *
Trombone 8’  *
Tutti
Tremolo II
Octaaf aiguë I + II
Octaaf Grave II
Octaaf Grave I + II
Sequencer <
Zweltrede
Sequencer>
P/I
P/II
Combinatiestemmen  I (*)
Combinatiestemmen  II (*)
Combinatiestemmen Pedaal  (*)


Op zondag 15 mei is een presentatieconcert gegeven door Gemma Coebergh, met medewerking van de Schola Cantorum van de Sint Josephkerk.  (GC; Persbericht; Adema orgelbouw; mei 2011)

KDOV-blad Zomer 2011

Impressie van een herboren Adema-orgel
René Verwer


Op 14 september 2008 werd in de Basiliek van de H. Kruisverheffing te Raalte het Adema-orgel in gebruik genomen, dat in 1927 was vervaardigd voor de r.-k.  St.- Michaëlkerk aan de Roggenstraat te Zwolle. In 1964 werd deze neogotische kerk afgebroken en verplaatste men de parochie even buiten het oude stadscentrum. Nadat ook deze kerk in 2005 werd gesloten, toonde de parochie in Raalte belang¬stelling voor het orgel, waarmee het instrument een derde leven begon. In de KDOV-bladen ‘winter 2008’en ‘lente 2009’ verschenen twee korte berichten (in het laatstgenoemde nummer de dispositie). Reden om diepgaander op dit bijzondere instrument in te gaan.   

 

Huidig orgelfront Adema-orgel te Raalte (2008); www.nationaleorgeldag.nl

 


Tijdens de laatste decennia is een zekere herwaardering ontstaan voor romantische orgels. Een gestaag groeiend aantal instrumenten uit de periode 1880-1930 is naar de oorspronkelijke staat (terug)gerestaureerd. Niet eens zo lang geleden werden deze orgels uit deze zg. ‘vervalperiode’ zonder scrupules gesloopt of ‘aangepast’ aan de smaak van de tijd. Het onlangs besproken Vermeulen-orgel in Woerden is een voorbeeld van het nieuwe beleid, momenteel worden twee instrumenten van de eens omstreden Roermondse orgelmaker Franssen gerestaureerd (O.L.V. Onbevlekt Ontvangen aan de Elandstraat in Den Haag en de Munsterkerk  te Roermond).

Het Zwolse orgel is het op één na grootste van Joseph Adema (1877-1943), dat in tegenstelling tot het orgel van de Amsterdamse St.-Willibrordus buiten de Veste in één keer tot stand kwam (dit kwam meer voor: het Maarschalkerweerd-orgel in de Utrechtse kathedraal werd ook in etappes opgeleverd). Het Zwolse instrument telde 43 registers over drie klavieren en pedaal, Positief en Reciet beide in zwelkasten. Het beschikte behalve de gebruikelijke koppelingen over sub- en superkoppels, voorts twee vrije en zeven vaste combinaties. Het orgel moet in de in 1892 voltooide kerk van N. Molenaar zeer goed hebben geklonken.


 

Oorspronkelijk orgelfront St.-Michaëlkerk,
Zwolle (1927)
Foto: Rijksdienst Monumentenzorg Zeist
(opgenomen in jublileumboek Adema
150 jaar orgelbouw)

 

Situatie 1964 in nieuwe St.-Michaëlkerk
Foto: Fa. Adema-Schreurs.

Als gevolg van gebrekkig onderhoud raakte de kerk in verval en in 1964 besloot men de kerk te slopen en een nieuwe parochie aan de Bisschop Willebrandlaan op te richten. Het mag een wonder heten dat met de kerk niet het orgel werd meegesloopt, immers, de tijd voor orgelromantiek was voorbij. Men besloot het orgel naar de nieuwe, moderne kerk mee te nemen en zelfs de dispositie en de pneumatische tractuur te respecteren, ondanks het beleid van de toenmalige adviseur P.J. de Bruijn, berucht om zijn ideeën om romantische orgels (gedeeltelijk) om te buigen naar een neobarokke esthetiek.
Ook Hubert Schreurs, aan wie de overplaatsing werd gegund, kwam met plannen ‘ter verheldering van het instrument’. Mede door de standvastige houding van de organist werd slechts de Unda Maris 8’ vervangen door een Terts 1 3/5’ en de Sesquialter  opgeschoven tot een Ripieno II. De oude kas ging verloren, in het nieuwe front met een eenvoudige multiplex betimmering zijn alle 71 tinnen frontpijpen met opgeworpen labia hergebruikt. Ondanks alle inspanningen van architect Pouderoyen en akoesticus Peutz klonk het orgel in deze nieuwe ruimte slecht. De zaalkerk had een laag schrootjesplafond, in het bredere (en veel hogere) priesterkoor – het geheel dus in een T-vorm –  was het orgel rechts opgesteld. Het orgelgeluid moest dus eerst ‘de hoek om’ en het laat zich raden dat de klankontplooiing verre van ideaal was. In deze situatie heeft het orgel veertig jaar gefunctioneerd.

 
Detail front met bisschoppelijk schild;
foto: R. Verwer

 

In 1979 ging het onderhoud over naar de fa. Kaat & Tijhuis te Kampen. Twaalf jaar later werden de houten delen tegen houtworm behandeld en kreeg het orgel een multiplex achterwand en plafond. Van plannen voor de elektrificatie van de tractuur, ook al in 1964 voorgesteld, werd uiteindelijk afgezien.
Zoals in veel Nederlandse steden worden parochies samengevoegd en ook in Zwolle moesten kerken sluiten, waaronder de St.-Michaël, nota bene de oudste parochie van de stad. Hierdoor kwam het orgel weer in de gevarenzone, maar de algemene belangstelling voor dit orgeltype was groeiende. Nadat de parochie van Lichtenvoorde zich had gemeld (maar vroegtijdig afhaakte) kwam er aandacht vanuit Raalte. In deze neogotische Tepe-kerk (1892) stond een Pels-orgel dat in zeer slechte staat verkeerde. Men zocht al enige tijd naar een vervangend instrument  en met het Zwolse orgel werd een gelukkige keuze gemaakt.

In 2007 is het orgel gedemonteerd en overgebracht naar de werkplaats van Kaat en Tijhuis. Opnieuw werd houtworm geconstateerd en bestreden en de door tinpest aangetaste pijpvoeten  hersteld met pijpvoeten van het Pels-orgel. De ‘versuikerde’ loden conducten van de pneumatiek zijn vervangen door koperen buizen, in totaal drie kilometer aan materiaal! De oorspronkelijke dispositie uit 1927 keerde met de reconstructie van de Sexquialter en de Unda Maris terug. Het front in Raalte is gerealiseerd door gebruik te maken van de onderkas  plus stijl- en regelwerk van het voormalige Pels-orgel, in combinatie met de fraaie frontpijpen van Joseph Adema. Het front telt nu 59 pijpen, met de voor Adema karakteristieke houten banden vóór de corpora.
Het Adema-orgel staat nu weer in een ruimte, die vergelijkbaar is met de oorspronkelijke kerk: een neogotische driebeukige hallenkerk. De uitstraling wordt niet gehinderd door een stenen balustrade en een grote toog (zoals is de St.-Nicolaasbasiliek te IJsselstein die grote verwantschap toont met de kerk in Raalte).

 
Pijpwerk hoofdwerk ; foto: R. Verwer

Geheel in de Adema-traditie telt het instrument veel strijkende registers en evenals Woerden lijken de inzichten van het Caecilianisme hier toegepast: op het Positief Fugara 8’ (p), Vioolprestant 8’ (mf) en Viola di gamba 8’ (f), de klanksterktes van de laatste twee registers zijn niet abusievelijk verwisseld! De Violon 8’ van het Hoofdwerk is evenals de Cello 8’ van het Pedaal vrij sterk, maar de zwevende registers Vox Coelestis 8’ en de zachter klinkende Unda Maris 8’ maken veel goed. De Dolce 8’ is hier geen strijker, maar een zachte Bourdon. Het koor van 8’-grondstemmen klinkt zeer fraai in de ruimte en, met toevoeging van Prestant  en Bourdon 16’, fluiten  4’ en 2’ en tongwerken van Positief en Reciet (plus octaafkoppels, kasten gesloten) ontstaat een mooi demi-Grand-Choeur. De enige Mixtuur is weer erg sterk, evenals de Trompet 8’, de Bazuin 16’ van het pedaal mengt overigens mooi in het tutti. Het orgel telt maar één overblazende fluit en deze Flûte harmonique blijkt (vooral bij de speeltafel) buitengewoon fors (als een Duitse Doppelflöte). Al met al ga je denken dat je eerder met Duitse dan wel Franse romantiek te maken hebt. Evenals het Maarschalkerweerd-orgel in Delft, dat maar al te graag als een Nederlands Cavaillé-Coll-orgel wordt getypeerd (en dat het niet is!) blijkt Adema in de tweede generatie vaak meer Duits- dan wel Frans-georiënteerd. De cd die Toon Hagen één jaar na de ingebruikname in Raalte opnam bevat uitsluitend Franse of Frans-getinte orgelwerken, maar ik zou graag hier ook Karg-Elert, Brahms of Reger willen horen. In de dispositie valt tenslotte op dat in het pedaal naast de Bazuin slechts een Clairon 4’ is gedisponeerd, dus zonder Trompet 8’. Het blijft gissen hoe men in 1927 tot deze beslissing is gekomen.
Tweemaal in het verleden is overwogen om de tractuur te elektrificeren. Deze keer werd de pneumatiek zelfs geheel vernieuwd, maar de reactie (toon¬repe¬titie, trillers) blijft zorgelijk (het Willibrord-orgel in de Haar¬lemse St.-Bavo werd in 1971 geëlektrificeerd). Dit alles neemt niet weg dat de Raalter Basiliek thans in bezit is van een prachtig orgel, dat in de kerk goed klinkt en de liturgie een nieuwe, waardige glans verschaft.

 

 
Speeltafel (1927); foto: R. Verwer

Met dank aan Gerard Keilholtz, organist titularis, voor de gastvrije ontvangst. Voor meer informatie zij verwezen naar een artikel van Lex Gunnink, ‘Nieuw leven voor Zwols Adema-orgel in Raalte’ in de Orgelvriend, jrg. 51, mei 2009, pp. 26-31. De cd van Toon Hagen met werken van Andriessen, Franck, Saint-Saëns en Klop is uitgegeven door Kaat en Tijhuis Orgelmakers te Kampen.

Ypma-orgel St. Nicolaasga
Komende Pasen 2011 wordt het Ypma-orgel van de parochie te St. Nicolaasga officieel in gebruik genomen. Het is oorspronkelijk afkomstig uit Akersloot. Tijdens de viering wordt het hoofdzakelijk gebruikt voor solospel (o.a. Grand Dialogue van Marchand) en de begeleiding van de volkszang. Organist is Y. v.d. Wal; dirigent Johan Kuipers.
De officiële inspeling zal plaatsvinden door dhr. T. van Eck op zaterdag 7 mei, ‘s middags om 15.00 uur.
Johan Kuipers meldt het volgende: “De mensen die het Ypma orgel kenden sinds 1975, waaronder ook Frits Haaze, zijn vol lof over hetgeen door de orgelmakers Bakker en Timmenga is gepresteerd. Het orgel heeft t.a.v. de klank een grote verandering ondergaan. Een ongeveer vergelijk vind ik in het orgel van Dirkshorn (Herv. Kerk) en Langeraar”. (RH; 3 april 2011)

KDOV-blad Lente 2011

Engels orgel in Ter Apel
In de St.-Willibrorduskerk te Ter Apel (een neogotische kerk van Alfred Tepe) is op zondag 7 november jl. een Nicholson-orgel uit 1891 in gebruik genomen. Oorspronkelijk gebouwd voor een kerk in Reading (bij Londen) kwam het in 1992 in bezit van orgelrestaurateur F.R. Feenstra uit Grootegast. Deze plaatste het 1992 in de St.-Ludgerkerk te Lichtenvoorde, maar tien jaar later werd deze kerk gesloten en het orgel opgeslagen. Het is thans gerestaureerd en van zijpanelen voorzien (die vanwege vorige opstellingen ontbraken). In ons land is het drieklaviers-Nicholson-orgel in de St.-Christoforuskerk te Schagen (1882) genoegzaam bekend.
De dispositie luidt als volgt:
Great Organ (C-g³): Open Diapason 8’, Dulciana 8’, Keraulophon 8’, Clarabella 8’, Harmonic Flute 4’, Principal 4’, Fifteenth 2’; Swell Organ: Open Diapason 8’, Gamba 8’, Salicional 8’, Lieblich Gedackt 8’, Voix celestes 8’, Flute 4, Piccolo 2’, Oboe 8’; Pedal (C-f¹): Bourdon 16’, Principal 8’; Werktuiglijke registers (trekknoppen): Swell to Great, Swell to Pedal, Great to Pedal, zes treden voor vaste combinaties (zg. Combination pedals). Toonhoogte a¹= 450 Hz., winddruk 68 mm.  
(RV/Orgelnieuws 6 november 2010)

Orgelrestauratie in Someren
Op zondag 11 juli is het gerestaureerde Smits-orgel in de St.-Lamber¬tus-kerk te Someren wederom in gebruik genomen. Verschueren Orgelbouw te Heythuysen (met adviseurs Rogér van Dijk en Wim Diepenhorst) voerde de restauratie uit. De oorspronkelijke dispositie, klaviatiuur en de spaanbalgen zijn gereconstrueerd. Al bij de bouw van het instrument in 1857 (twee klavieren en zelfstandig pedaal) bleef een aantal registers gereserveerd. Werkzaamheden door Franssen (1872), Vermeulen (1878, overplaatsing naar de nieuwe kerk in 1925, wijzigingen in 1963) brachten het instrument verder weg van het oorspronkelijke concept. Na de huidige reconstructie is het wachten nog op de toevoeging van de tongwerken van het Onderpositief (Harmonica 8’ B/D) en Pedaal (Fagot 16’, Trompet 8’, Clairon 4’ en Cink 2’, en een Fluit 8’). Voorts is gebruik gemaakt van Smits-pijpwerk van elders. Door de balustrade-opstelling bevindt de klaviatuur zich aan de achterzijde. De volgende registers zijn thans aanwezig:
Hoofdmanuaal (C-f³): Prestant 8’ (deels nieuw), Bourdon 16’, Portunaal 8’, Holpijp 8’, Prestant 4’, Fluit 4’, Quint 3’ (nieuw), Octaaf 2’, Mixtuur, Trompet 8’ B/D (deels 1963/ nieuw), Clairon 4 (1963); Onderpositief: Holpijp 8’, Viola di gamba 8’, Prestant 4’ (deels nieuw), Fluit 4’ (nieuw), Piccolo 2’, Flageolet 1’ (nieuw); Pedaal (C-d¹): Bourdon 16’ (nieuw), Prestant 8’ (1963), Prestant 4’ (1963). Toonhoogte a¹= 422,5 Hz.
(RV/Orgelnieuws 22 september 2010)

Orgelrestauratie in Esch
In de St.-Willibrorduskerk te Esch werd op 6 november het Heyneman/Van Hirtum-orgel (ca. 1788/1817)  na een restauratie door Hans van Rossum in gebruik genomen. Dit instrument was oorspronkelijk voor de Ned. Herv. Kerk te Vught gemaakt. Nadat het in 1795 door oprukkende Franse troepen zwaar was beschadigd maakte Hirtum windlade en delen van het  pijpwerk nieuw. Nadien vonden werkzaamheden plaats door J.C. Schmidt, A.J. Graindorgue, O. Koch en J. de  Koff. In 1961 is het orgel verkocht aan de St.-Willibrordusparochie te Esch, opgebouwd door vrijwilligers en geïntoneerd door Hubert Schreurs. Bij de huidige restauratie was de situatie van Van Hirtum uitgangspunt, een later toegevoegd pedaal (De Koff 1934) is verwijderd. Adviseur  was Rogér van Dijk namens de KKOR. De dispositie van het eenmanualig instrument luidt:
Holpijp 8’ (Heyneman), Flute travers 8’ D (vermoedelijk Smits), Prestant 4’ (Heyneman/nieuw), Fluyt 4’ (Heyneman), Quintfluit 3’ (deels Heyneman), Octaaf 2’ (nieuw), Mixtuur III (bas Van Hirtum, discant nieuw), Kromhoorn 8 B (nieuw), Trompet 8’ D (nieuw).
Toonhoogte a¹= 425,5 Hz., winddruk 60 mm.
(RV/Orgelnieuws 20 november 2010)  

KDOV-blad Winter 2010

Loret-orgel in Vessem gerestaureerd

 

 


Op 28 april jl. werd in de St.-Lambertuskerk te Vessem (Noord-Brabant) het door Verschueren Orgelbouw gerestaureerde orgel in gebruik genomen. Dit in 1868 door François-Bernard Loret (1808-1877) voor de voormalige parochiekerk gemaakte instrument werd in 1883 in de nieuw gebouwde neogotische kerk geplaatst en kreeg toen zijn huidige front (eveneens in neogotische stijl). Wijzigingen vonden plaats in 1929 en 1968. Bij de huidige restauratie onder advies van Rogér van Dijk herkreeg het orgel zijn oorspronkelijke dispositie.  Bij de ingebruikname speelde Ad van Sleuwen composities van o.a. Dubois, Lemmens en Van den Bogaert .
Van de Belgische orgelmakersfamilie Loret zijn François-Bernard en Hippolyte de bekendsten. Hippolyte werkte eerst in Brussel en vestigde zich in 1859 in Parijs, hij maakte circa 450 instrumenten. Zijn broer, werkzaam in Dendermonde, Sint Niklaas en Mechelen, kreeg bekendheid door de zgn. economie-laden, een vinding om de prijzen laag te houden: hij plaatste pijpwerk van verschillende manualen op één windlade en paste mechanische transmissies toe. Zo zien we in het bestek voor Vessem een Hoofdwerk van negen registers, waaronder de vier stemmen van het Positief. Uiteindelijk werd bij dit instrument van het oorspronklijke plan afgezien. Bij de oplevering had het orgel de volgende dispositie:
Hoofdwerk (C-f³): Bourdon 16’, Quintadena 8’, Prestant 4’, Flageolet 2’, Trompette B/D 8’; Positief: Prestant 8’, Bourdon 8’, Salicional 8’, Roerfluit 4’; aangehangen pedaal (C-d¹).
In 1929 verplaatste Vermeulen de Bourdon 8’ naar het Hoofdwerk, de Quintadena kwam te vervallen. Op het Positief verving men de Salicional door een Viola di gamba 8’ en werd een Voix céleste toegevoegd. Dit laatste register moest in 1963 op zijn beurt het veld ruimen voor een Doublette 2’-1 1/3’. De laatste restauratie bracht het instrument naar het classisistisch-romantische klankbeeld uit 1868. De winddruk is (wederom) van 75 naar 90 WK verhoogd.
De St.- Lambertuskerk beschikt weer over een origineel Loret-orgel in een eveneens prachtig gerestaureerd gebouw, dat zich in 1965 de ‘versobering’ (lees: het witkalken van de prachtige muurdecoraties van Jos Lommen, leerling van Pierre Cuypers) naar post-Vaticaanse opvattingen moest laten welgevallen. (RV/De Orgelvriend 52/6, juli 2010)

Restauratie orgel St.-Jacobus Den Haag
Op zaterdag 29 mei jl. is het Adema-orgel van de St.-Jacobuskerk aan de Parkstraat te Den Haag met een concert door titularis Jos Laus opnieuw in gebruik genomen. Het instrument werd gerestaureerd en uitgebreid door de firma Slooff Orgelbouw te Lekkerkerk.
Menigeen zal zich de totstandkoming van dit orgel in 1976 herinneren. Het Adema-orgel van de voormalige Haarlemse Spaarnekerk (1891, in 1953 door Schreurs gecompleteerd met drie registers) werd samengevoegd met bruikbare delen van het Vermeulen-orgel in de Haagse St.-Jacobuskerk (1948), waarin zich nog pijpwerk van Maarschalkerweerd (1902) en zelfs Kam bevond. Alleen de Cromorne 8’ van het Positief is toen nieuw gemaakt. De firma Adema-Schreurs bracht tevens het front in de oorspronkelijke staat uit 1891 terug. In januari 1977 speelde Ton van Eck zijn drieklaviersorgel met 53 stemmen in, concerten vonden nadien plaats door Kamiel d’Hooghe en Marie-Claire Alain.
De klankuitstraling bleef een probleem: het instrument staat achter een grote neogotische toog opgesteld en de hoge koorzolder steekt vér de kerk in. In 1978 werden mede om deze redenen de jalouzieën van het Positief-Expressief verwijderd, later is de lade verhoogd opgesteld. In 1988 en 1994 verving of verplaatste Schreurs een aantal stemmen.
Na de algehele kerkrestauratie is het orgel opnieuw gerestaureerd en uitgebreid. Membranen zijn vervangen en de regulateurbalg van het Positief opnieuw beleerd. De zwelkast van het Positief is in ere hersteld. Ten behoeve van de verbetering van de klankuitstraling werden binnenpanelen verwijderd en houten pijpen van de Bourdon 16’ (Hoofdwerk) en Violon 16’ (Reciet) verplaatst.
Vier nieuwe registers zijn aan de dispositie toegevoegd: de Nasard 2 2/3’ (Hoofdwerk, ex Flageolet 1891/1953) uit 1976 was al eerder opgeschoven naar 5 1/3’-ligging, de Quintviola (1891, ex-Doublette) van het Positief is verplaatst naar het Hoofdwerk, op het Positief is een Doublette van Van den Bijlaardt bijgeplaatst. Op het Reciet zijn een Quintviola 2 2/3’, een Clairon 4’ en een Bombarde 16’ toegevoegd. Een Contrebombarde 32’ (!) is gereserveerd. Tenslotte is het orgel nagezien op intonatie en kreeg de speeltafel een vernieuwd interieur. Het werk stond onder advies van Remy Syrier en Jos Laus namens de KKOR en Wim Diepenhorst namens de Rijksdienst Cultureel Erfgoed.
(RV/Ingebruiknameboekje 1976/www.orgelnieuws.nl)

Restauratie Vermeulen-orgel St.-Bonaventurakerk Woerden    
Onlangs is de restauratie van het Vermeulen-(hoofd)orgel in de St.-Bonaventurakerk te Woerden voltooid. In 2001 was de KDOV te gast in deze toen zojuist fraai gerestaureerde kerk van architect N. Molenaar (1892), bij welke gelegenheid het Vermeulen-orgel in het transept werd bespeeld. Thans beschikt deze kerk over twee prachtige instrumenten.
Het hoofdorgel werd in 1919 gemaakt, tegelijkertijd met het bijna identieke instrument van de O.L.V. Rozenkrans (Obrechtkerk) te Amsterdam. Zoals veel orgels uit het begin van de 20ste eeuw werd het later enkele malen aangepast aan de ‘eisen van de tijd’: strijkers en (overblazende) fluiten zijn vervangen door hoogvoetig materiaal, de Mixtuur werd gewijzigd en pijpwerk voor de superoctaafkoppel van het Hoofdwerk verwijderd. Vanaf de jaren ’80 was het orgel langzamerhand onbespeelbaar.
In 2008 werd aan Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom opdracht gegeven het orgel, inmiddels met monumentale status, naar de oorspronkelijke staat te restaureren. Adviseurs bij dit project waren Ton van Eck (KKOR) en Rudi van Straten (RCE). Destijds opgeschoven pijpwerk is teruggebracht, met aanvulling van nieuw of gebruikt materiaal.
Een belangrijk gegeven is het verhogen van de hoofdwerklade: deze stond deels achter de onderkas, waardoor de uitstraling ernstig werd belemmerd. In de ontstane ruimte kon nu de hoofdbalg, destijds in de torenruimte opgesteld, onder het Hoofdwerk worden geplaatst. De rein-pneumatische speeltafel is geheel gerestaureerd, alle conducten zijn opnieuw aangelegd.
Onder het nieuwe pijpwerk bevinden zich de superoctaven van het

Foto: René Verwer

 


Hoofdwerk (g3-g4) die in 1946 waren verwijderd. De zinken frontpijpen zijn gespoten, op de labia werd bladgoud aangebracht.
Het instrument staat vrij op het oxaal en de uitstraling wordt niet gehinderd door een grote stenen balustrade en/of een neogotisch toog. Hierdoor klinkt het magistraal in de kerkruimte.

 Bijzonder fraai zijn de strijkers van het Zwelwerk: Vioolprestant 8’ (f), Viola di gamba 8’ (mf) en Dolce 8’ (p), destijds geïntoneerd naar de inzichten van het Caecilianisme. De Mixtuur II-V sterk is eigenlijk een (tot c3) niet-repeterende Plein jeu harmonique, vandaar de omissie van een Octaaf 2’, hoewel men zich kan afvragen of Vermeulen indertijd van deze techniek van Cavaillé-Coll op de hoogte was. De sub- en superoctaven genereren een bijzonder effect: I + I 4’ klinkt luid maar niet schel en men krijgt de indruk dat het instrument veel groter is dan de aanwezige 26 stemmen. De 16’-labialen van het pedaal zijn dragend, niet te sterk en de herstelde Quintbas 10 2/3’ zorgt voor een indrukwekkend effect. Uiteraard valt op dit orgel ook de nodige Franse en Duitse mystiek te realiseren.
Het orgel laat zich plezierig bespelen, hoewel de mogelijkheden van pneumatische tractuur ook hun schaduwkanten blijven houden.
Hoewel de zwelkast goed werkt, is deze niet geheel van de ruimte afgesloten. Dit kwam bij meerdere orgels rond de vorige eeuwwisseling voor, zonder dat het duidelijk is wat hiervan de reden was.
Foto: René Verwer

 

 Op zondag 12 september jl. speelde titularis Geerten Liefting het orgel in tijdens een bijzondere eucharistieviering en aansluitend concert. De openbare presentatie vindt plaats op vrijdag 22 oktober om 19.30 door Ton van Eck.
De dispositie van het orgel luidt (cursief gedrukte registers: geheel of gedeeltelijk nieuw) Hoofdwerk (C-g³): Prestantfluit 16’, Prestant 8’, Fluit harmoniek 8’, Salicionaal 8’, Bourdon 8’, Octaaf 4’, Fluit 4’, Mixtuur II-III-IV-V-(III), Trompet 8’; Zwelwerk: Bourdon 16’, Vioolprestant 8’, Viola di gamba 8’, Voix céleste 8’, Dolce 8’, Holpijp 8’, Violine 4’, Nasard 2 2/3’, Piccolo 2’, Terts 1 3/5’ (1946),  Echotrompet 8’; Pedaal (C-f¹): Prestantbas 16’, Subbas 16’, Quintbas 10 2/3’, Cello 8’, Fluit 4’, Bazuin 16’. Werktuigelijke registers: Koppel I + II, I + I 4’, I + II 16’, P + I, P + II, Autom. Pedaal, Vaste combinaties (6), Vrije combinaties (2), Tremolo II, Zwelkast II, Generaal Crescendo, Transpositeur.
Foto: René Verwer

Met dank aan Geerten Liefting voor de gastvrije ontvangst. Voor verdere gegevens wordt verwezen naar www.orgelnieuws.nl (RV; september 2010)  

 

 

      Foto: René Verwer  

Spierdijk neemt gerestaureerd Ypma-orgel in gebruik
Op zondag 26 september 2010 wordt het Ypma-orgel in de Parochiekerk van de H. Georgius in het Noord-Hollandse Spierdijk opnieuw in gebruik genomen. Het orgel uit 1875 werd onlangs gerestaureerd door Orgelmakerij Reil B.V. te Heerde. Voor een uitgebreid artikel zie: www.orgelnieuws.nl.

KDOV-blad Herfst 2010

 

Het Maarschalkerweerd-orgel in de Maria van Jessekerk te Delft René Verwer 

Op zaterdagmiddag 24 oktober 2009 vond, na een stilzwijgen van zes jaar, in de Maria van Jessekerk te Delft de feestelijke heringebruikname van het Maarschalkerweerd-orgel (1893) plaats. De volgende ochtend werd het instrument tijdens een plechtige eucharistieviering opnieuw ingezegend door mgr. A.H. van Luyn en klonk bij deze gelegenheid de monumentale Messe in Fis, op. 36 van Ch. M. Widor. De werkzaamheden aan het orgel, een piëteitvolle reconstructie naar de oorspronkelijke staat door Elbertse Orgelmakers te Soest, vormden het sluitstuk van de volledige restauratie van deze prachtige Delftse hoofdkerk.

 Foto: Hans Elbertse


Michaël Maarschalkerweerd (1838-1915) bouwde vier drieklaviers¬instru¬menten, waarvan twee reeds in 1983 resp. 1993 werden gerestaureerd (Zwolle, Onze Vrouwebasiliek door Vermeulen/Alkmaar, Concertgebouw te Amsterdam door Flentrop). Het in 1898 gebouwde orgel van de St.-Anthoniuskerk te Rotterdam werd bij het bombardement in mei 1940 vernietigd. De instrumenten te Amsterdam en Delft zijn representatief voor zijn Franse periode, die te Zwolle en Rotterdam kenmerken zich meer door Duitse invloeden.
Binnen het oeuvre van Maarschalkerweerd kunnen drie stijlperiodes worden onderscheiden, die in de publicaties van Jos Laus en Paul Houdijk nauwgezet zijn beschreven. In de jaren 1884-1895, onderdeel van de tweede periode, komt de Franse invloed het sterkst naar voren. Vanaf 1877 doen overblazende fluiten hun intrede, maar voor het bekende ‘vierspan’ Prestant 8’-Salicionaal 8’-Bourdon 8’-Flûte harmonique 8’ op het hoofdwerk, strijkende registers en tongwerken op een zwelbaar bovenklavier, vrijstaande speeltafel, regulateurbalgen etc. is de tijd na het overlijden van Pieter Maarschalkerweerd (1882) pas rijp: Rotterdam, H. Hart (1884), een nooit uitgevoerd plan voor Purmerend, St.-Nicolaas (1885), Oudewater, St.-Franciscus (1887), Sneek, St.-Martinus (1891). Orgels in het Amsterdamse Concertgebouw, Sneek en Delft werden met Barkermachines uitgerust en het mag bekend zijn dat men wat dit betreft in het ‘vochtige Nederland’ de nodige reserve betrachtte. Witte paste slechts bij twee orgels Barkermechaniek toe.
 

Foto: Hans Elbertse


Ondanks het feit dat Maarschalkerweerd in Cavaillé-¬¬Coll een lichtend voorbeeld zag (uit verslagen van Philbert en Veerkamp blijkt overigens een wederzijdse genegenheid) en diverse vernieuwingen en intonatieprincipes overnam, bleef het klankbeeld van zijn orgels ver verwijderd van dat van de instrumenten van de Parijse meester. Belgische makers als Schyven, Forrest en Van Bever bouwden aanmerkelijk meer in de traditie van Cavaillé-Coll.
In 1874 bezocht Maarschalkerweerd – waarschijnlijk voor het eerst – het atelier aan de Parijse Avenue du Maine. Hij was diep onder de indruk van het Cavaillé-Coll-orgel in het Paleis voor Volksvlijt (1875) en onderhield vanaf het midden van de jaren ’80 het instrument van dezelfde maker in de Amsterdamse St.-Augustinuskerk. Wellicht was Maarschalkerweerd te zeer gebonden aan de eisen van het Caecilianisme, die haaks stonden op de Franse traditie.
Na de bouw van de St.-Jozefkerk aan de Burgwal, vanaf 1971 Maria van Jessekerk geheten  (architect E.J. Margry, 1875-1881), verhuisde het vorige orgel (1722, uitbreiding door Beekes in 1838) naar de nieuwe kerk mee, doch vanaf 1890 zocht pastoor G. Broekman contact met de Utrechtse firma. Maarschalkerweerd had zojuist een opdracht voor de bouw van het orgel in Sneek ontvangen en niet lang daarna klopte het Amsterdamse Concertgebouw bij hem aan. Gezien de hoge kosten (ƒ 18.900,-) stelde Maarschalkerweerd voor om het orgel eventueel in twee fasen op te leveren (zoals later in de Utrechtse kathedraal), maar men ging voortvarend te werk en op 25 september 1893 werd het Delftse orgel in volle glorie ingespeeld door Jos. A. Verheijen, organist van de Amsterdamse Mozes en Aäronkerk. Het instrument telde 38 stemmen, verdeeld over drie klavieren en pedaal. Het had een vrijstaande speeltafel, regulateurbalgen voor alle werken, een Barkermachine voor het hoofdwerk, een dubbele windlade voor het hoofdwerk, negen combinatietreden en – uniek in het oeuvre van  Maarschalkerweerd – een volledige batterie d’anches (tongwerken 16’-8’-4’) op het hoofdwerk. Veel tongwerken zijn van de Franse firma Mazure afkomstig, de Bazuin 16’ is van houten bekers voorzien. De prachtige neogotische kas was een werkstuk van het atelier Te Poel en Stoltefus uit Den Haag.
In 1931 werd het orgel ontdaan van de mechanische tractuur en uitgerust met pneumatische kegelladen (zeven jaar eerder was dit ook geschied met het inmiddels Haarlemse Cavaillé-Coll-orgel, dat in 2006 ook mechanisch werd gereconstrueerd). Geheel volgens de tijdgeest voegde men allerlei hulpmiddelen (vrije en vaste combinaties, octaafkoppelingen etc.) toe.
In de jaren ’90 werd de toekomstige adviseur Jos Laus verzocht rapporten te maken en ontstonden plannen om de oorspronkelijke mechaniek te reconstrueren. Het pijpwerk was nog integraal aanwezig. In 1931 waren de toetsomvangen van manualen en pedaal uitgebreid tot g³ resp. f¹, hetgeen in het restauratieplan werd overgenomen. De orgelrestauratie moest echter wachten totdat het interieur van de kerk geheel klaar was. De werkzaamheden namen een aanvang in 2006 en vanaf januari 2009 kon men beginnen met het reinigen van de orgelkas en de herplaatsing van het binnenwerk. Het orgel kreeg twaalf nieuwe windladen (vier voor het hoofdwerk, één voor het Positief, één voor het Récit en zes voor het pedaal), het aantal pijpen bedraagt nu 2.323.

Tijdens het ingebruiknameconcert speelde titulair organist Petra Veenswijk in een tjokvolle kerk composities van Saint-Saëns, Franck, Guilmant en Vierne. Hetzelfde programma is op cd vastgelegd (Ange 1893101). De luisteraar komt zeer onder de indruk van het bereikte resultaat: prachtige grondstemmen en fluiten, een helder plenum, mystiek klinkende strijkers (al neigen de Viola di Gamba en de Voix céleste meer naar een zachtere, Duitse intonatie – het ‘tranchante’ [= snijdend] van de Franse Gambe is hier niet aan de orde), en magistrale tongwerken op hoofdwerk en pedaal.

Foto: Hans Elbertse

Ondanks de Franse invloed zien we diverse Nederlandse elementen in de dispositie. Men zal voor menig Franse compositie een Trompette op het Récit missen (het niet-zwelbare Positief bezit wel een Trompet), op de cd o.a. in het middendeel uit Fantaisie en Ut, Vierne, Carillon de Westminster en delen uit Deuxième Symphonie). Een welkome aanvulling vormt de subkoppel III aan II, waardoor een ‘demi Grand-Choeur’ zeer fraai klinkt (en in de literatuur vaak gevraagd).
Het orgel speelt aangenaam. De speeltafel is ergonomisch goed ingericht, de registers zijn logisch gerangschikt en laten zich gemakkelijk bedienen. Opvallend is de geruisloze Barkermachine (Cavaillé plaatste deze niet zelden achter glas om het geluid te dempen). De organist heeft een goed overzicht over zijn/haar spel.
Vóór de inwijding zagen enkele organisten uit naar de klank van een ‘Nederlands Cavaillé-Coll-orgel’. Dat is het niet en men moet het ook niet verwachten! Maarschalkerweerd maakte instrumenten die de Nederlandse afkomst niet verloochenen, de Franse invloed geeft juist een bijzondere meerwaarde. De Maria van Jessekerk beschikt wederom over een schitterend instrument, waarop overigens ook Duits-romantische muziek uitstekend zal klinken. Een grote huldeblijk voor het werk van de firma Elbertse en adviseur Jos Laus is hier op zijn plaats. Dat velen hiervan getuige mogen zijn.

Dispositie van het Maarschalkerweerd-orgel (1893/2009)


Literatuur:   
J. Laus, H. Elbertse en P. Veenswijk, Het Maarschalkerweerd¬-orgel in de Maria van Jessekerk te Delft (uitgave Maria van Jesse¬kerk Delft, 2009), à € 10,- te verkrijgen in de kerk of via www.veenswijkorgel.tk. De cd (€ 17.50) is eveneens in de kerk of via de genoemde website verkrijgbaar.

Met dank aan Petra Veenswijk voor de hartelijke ontvangst bij het orgel en aan Hans Elbertse voor het fotomateriaal.



KDOV-Blad Lente 2010

 

Restauratie Orgel Elandstraatkerk Den Haag medio 2010 voltooid
2010: een gedenkwaardig jaar voor de Stichting Orgel Elandstraatkerk. Medio dit jaar zal de restauratie van het Franssenorgel zijn voltooid. Binnenkort wordt begonnen met de opbouw van het instrument. Na de aanleg van de kanalisatie zullen windmachine, balgen en laden stap voor stap worden teruggeplaatst.
Uiteraard zal dit feit worden gevierd met een feestelijke ingebruikname op zondag 19 september en enkele orgelconcerten op 24 september door Leo van Doeselaar en op 1 okober door Ton van Eck.
Momenteel wordt nog gewerkt aan een boek dat het verhaal van het orgel zal beschrijven en ook uitgebreider zal ingaan op het werk van de Gebrs. Franssen. Dit boek zal bij de presentatie van het orgel te koop zijn.
(BH; maart 2010; Nieuwsbrief Stg Orgel Elandstraatkerk)

Restauratie orgel Sint Josephkerk Haarlem

Zoals alle instrumenten van tijd tot tijd een grondige opknapbeurt nodig hebben was ook het Adema-orgel in de Sint Josephkerk aan een restauratie toe. Eind 2009 heeft de orgelfirma Adema al het materiaal uit het orgel gehaald en naar de werkplaats in Hillegom vervoerd. Het is de bedoeling dat de restauratie eind dit jaar wordt voltooid. Begin 2011 zal een presentatie¬concert worden gegeven. U hoort daar nog over. (BH; Nieuwsbrief AdK Stichting; februari 2010)
    
Cavaillé-Coll Begijnhofkapel Amsterdam opnieuw in gebruik genomen

Op zondag 14 februari is het Cavaillé-Coll-orgel in de Begijnhofkapel te Amsterdam opnieuw ingebruik genomen. Het orgel uit 1879 is afkomstig uit Verzorgingshuis Sint Bernardus in Amsterdam waar het in 2006 zwaar beschadigd raakte door een brand. Adema’s Kerkorgelbouw restaureerde en reconstrueerde het orgel en plaatste het in het Begijnhof.
(BH; Orgelnieuws; februari 2010)

Rogier-orgel in Gertrudiskerk Bergen op Zoom
De Gertrudiskerk heeft er een nieuwe aanwinst bij: het Rogier-orgel, afkomstig van de Lutherse kerk in Bergen op Zoom. Komt u ook luisteren naar de feestelijke inspeling van dit stukje monumentaal erfgoed?
Het orgel is al vanaf 1863 eigendom van de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Bergen op Zoom. Het instrument klonk tot medio 2009 in de Lutherse kerk aan de Faurestraat. De Lutherse Gemeenschap moest toen tot sluiting van het kerkgebouw over gaan, waarna het orgel gedemonteerd werd en in de Gertrudiskerk opgeslagen.

Cultureel erfgoed
De Lutherse Gemeenschap en de gemeente van Bergen op Zoom wilden het orgel, bij uitstek Bergen op Zooms cultureel erfgoed, namelijk voor de stad behouden. Het orgel is daarom in bruikleen gegeven voor diensten, voor orgelconcerten en voor educatie aan de Stichting Nationaal Kerkmuziekcentrum (NKC), verbonden aan de Gertrudiskerk.
Deze Stichting wil de kwaliteit en de verscheidenheid van vocale en instrumentale kerkmuziek in diensten en bij concerten in de Gertrudiskerk bevorderen en promoten. Het bestuur van de Lievevrouweparochie waartoe de Gertrudiskerk behoort stemde van harte in met de plaatsing van het instrument als tweede koororgel in de Gertrudiskerk.

Het Rogier-orgel is het gaafste instrument dat van Rogier bewaard is gebleven. Het werd in 1980/81 door A.H. de Graaf uit Leusden gerestaureerd. Nu de werkzaamheden in de Gertrudiskerk met betrekking tot de nieuwe vloer (nagenoeg) zijn voltooid, wordt het orgel op dit moment door medewerkers van Elbertse Orgelmakers uit Soest in de Gertrudiskerk geplaatst.

Samen met het in de Gertrudis al aanwezige -nu verplaatste- Vlaamse barok-koororgel uit +- 1740 en het grote Ibach-orgel (1863/64), zal het Rogier-orgel deel uitmaken van het bijzondere en monumentale orgelinstrumentarium in de stadskerk van Bergen op Zoom.

Feestelijke gebeurtenis
De inspeling van het Rogier-orgel is een feestelijke gebeurtenis geworden. Het instrument is bespeeld door de beide nieuwe kerkmusici van de Lievevrouwe¬parochie: Janno den Engelsman en Marcel van Westen.
Piet van Kalmthout, achter- achter-achterkleinzoon van orgelbouwer Rogier, organist aan de Nijmeegse studentenkerk, was eveneens kort aan het orgel van zijn voorvader te beluisteren. Behalve door de musici zal is ook door enkele sprekers het orgel op zijn nieuwe plaats bevestigd.
(BH; Uit in Brabant; maart 2010)

 

KDOV-Blad Lente 2010

De lotgevallen van een Amsterdams Cavaillé-Coll-orgel      

René Verwer

In september j.l. werd in de H.H.-Joannes en Ursulakerk op het Begijnhof te Amsterdam het Cavaillé-Coll-orgel geplaatst, dat in 1879 was vervaardigd voor het ‘Roomsch Catholijk Gesticht van Liefde Sint Bernardus’ aan de Oude Turfmarkt (tegenover het Rokin ter hoogte van de Munttoren). Vanaf 1915 stond het instrument in de kapel van het Verzorgings- en Verpleeghuis Bernardus aan de Nieuwe Passeerdersstraat in de hoofdstad, totdat een felle brand op 5 december 2006 het orgel zwaar beschadigde. De herstelwerkzaamheden en de overplaatsing werden door Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom uitgevoerd.
De Franse orgelmaker Aristide Cavaillé-Coll kreeg in 1878 opdracht voor de levering van
Cavaillé-Coll orgel  H.H. Joannes & Ursulakerk te Amsterdam   Foto: RV    
een klein serieorgel aan het gesticht. Drie jaar eerder had hij een groot concertinstrument in het Paleis voor Volksvlijt geplaatst (sinds 1924 in de Philharmonie te Haarlem), waarbij de gebroeders Petrus en Lambertus van Ogtrop nauw waren betrokken. Hun broer Leonardus, in hetzelfde jaar benoemd tot regent van het Gesticht van Liefde, beijverde zich om voor de kapel eveneens een orgel uit het beroemde Parijse atelier te bemachtigen. Op 16 december 1878 stuurde Cavaillé-Coll een offerte voor een ‘orgue d’occasion’ van zes stemmen  (Montre 8’, Salicional 8’, Bourdon 8’, Prestant 4’, Doublette 2’ en Basson et Hautbois 8’ B/D, aangehangen pedaal  C-cº), maar men wilde een groter instrument met meer klankmogelijkheden.

Ook de tweede offerte, waarvan de prijs 2000 fr hoger lag dan de oorspronkelijke 4000 fr, werd niet aanvaard. Uiteindelijk koos men voor het model 4A uit het werkplaatsboek van de firma (overeenkomend met nr. 17A resp. 5 uit de firmacatalogi van 1889 en 1891), met kasnummer 13, de prijs bedroeg 8000 fr.
De dispositie hiervan luidde:

 Clavier:

Montre
Bourdon
Flûte harmonique
Voix céleste
Prestant   
Doublette   
Trompette   
Hautbois   

8 pieds
8 pieds basse [C-hº]
8 pieds dessus [c¹-f³]
8 pieds [cº-f³]
4 pieds
2 pieds
8 pieds
8 pieds dessus [c¹-f³]

 Pédale    En tirasse (20 notes)[C-gº]
 Pédale de combinaison Appel et renvoi Trompette 


Van dit model zijn er van 1866 tot 1893 33 gemaakt. De keuze tussen 4A en 4B behelsde de toevoeging van een zwelkast en/of een vrijstaande speeltafel. Wat betreft de kas was er een ruime keuze; blijkens het werkplaatsboek werden meubels geleverd met 14 tot 35 frontpijpen. Het Amsterdamse orgel had de claviatuur aan de rechterzijde. Het bezat geen zwelkast maar er waren luiken aan de voorzijde aangebracht (deze keerden bij de laatste restauratie terug).
Hoewel de Franse diplomaat Charles-Marie Philbert (1826-1894) bij de bouw van de andere Cavaillé-Coll-orgels direct betrokken was, liep zijn bemoeienis hier via Jos. Verheijen en Pierre Veerkamp (de laatste intoneerde het orgel). 

Na zijn Amsterdamse tijd was Philbert van 1878 tot 1880 werkzaam in Helsingør.
Op 6 februari 1880 werd het orgel ‘op plechtige wijze ingewijd met een solemneel lof, bij welke gelegenheid door den Eerw. Rector, den heer B.H. Klönne, een toepasselijke rede werd gehouden’. Vier jaar later werden enige intonatiewijzigingen verricht door Félix Reinburg.
In 1910 verwisselde de fa. Adema (die het orgel vanaf het begin in onderhoud had) de Doublette 2’ voor een Aeoline 8’. In 1984 is de Doublette gereconstrueerd.
Wegens toename van het aantal bewoners verhuisde het gesticht in 1915 naar de Nieuwe Passeerdersstraat. Men plaatste het orgel op het zangkoor op de eerste verdieping ter hoogte van het priesterkoor. In 1968 werd de kapel door het aanbrengen van een tussenvloer qua hoogte gehalveerd. De grandeur van het ‘rijke roomsche leven’ maakte plaats voor een zakelijke post-Vaticaanse aankleding. De bekroning van het orgel werd in de nieuwe opstelling ontdaan van kruis en pinakels.


Het laten branden van de verlichting in de afgesloten klaviatuur bleek de oorzaak van de brand op 5 december 2006. Klaviatuur, mechaniek, front- en binnenpijpen waren zwaar beschadigd. Het instrument werd uit elkaar genomen en voorlopig in Hillegom opgeslagen.  Dat het orgel niet meer op dezelfde locatie zou terugkeren stond reeds vast omdat er vergevorderde plannen waren voor de bouw van een nieuw verzorgingstehuis elders in de stad.  Men heeft ervoor geijverd dit instrument voor de hoofdstad te behouden (mede omdat het Paleisorgel naar Haarlem is verhuisd en er sloopplannen waren om het verzorgingstehuis ‘Nieuw Vredenburgh’ en waardoor ook de toekomst van het beroemde St.-Augustinus-orgel – eveneens van Cavaillé-Coll – ongewis was).  In september jl. is het orgel geplaatst in de Begijnhofkapel. De verloren gegane delen zijn hersteld c.q. gereconstrueerd, de oorspronkelijke bekroning, een kanteelachtige bovenlijst met pinakels en kruis, is in ere hersteld. Ook de luiken voor het orgel, uniek in het oeuvre van Cavaillé-Coll bracht Adema opnieuw aan. Voorts is het geheel schoongemaakt en de kas in de was gezet. Hoewel het instrument slechts 6 ½ stem telt, bezit het een grote sonore kracht, menig exemplaar van dit model stond in een grote kerk (o.a. Sées, kathedraal; Lourdes, basiliek). Ondanks het forse budget waarover de opdrachtgevers destijds konden beschikken, is het onbekend waarom men niet voor de optie met zwelkast koos. De Trompette 8’ is sterk (en was op de oude locatie nauwelijks te gebruiken), maar met gesloten luiken klinkt zij zeker zo imposant. De combinatie Montre 8’, Bourdon/Flûte harmonique 8’ en Voix céleste 8’ is wondermooi en zeer geschikt voor menig deel uit Francks L’Organiste of Pièce en style libre van Vierne. Omdat het orgel op de eerste plaats als begeleidingsinstrument functioneert, zal men met zorg literatuur moeten kiezen.
Waarschijnlijk zal het Cavaillé-Coll-orgel op zondag 14 februari 2010, om 15.00 uur worden ingespeeld door ons lid Ton van Eck, maar omdat de inwijding al enige malen is uitgesteld, is het voor belangstellenden raadzaam om vooraf contact op te nemen met de pastorie van de H.H. Joannes en Ursulakerk (tel. 020-622 19 18).
Amsterdam bezit weer een fraai Cavaillé-Coll-orgel, dat op deze locatie overigens aanzienlijk beter tot zijn recht komt dan op zijn oude plaats. Moge velen daarvan getuige zijn!
Literatuur: René Verwer, Cavaillé-Coll en Nederland (Alphen aan de Rijn 2009)

Koororgel in Paterskerk te Venray
Op zondag 29 november werd met een orgel- en korenconcert het nieuwe koororgel van de Paterskerk aan de Leunseweg in Venray officieel in gebruik genomen. Afgelopen voorjaar is dit orgel in de kerk geplaatst. Het koororgel is door de firma Pels en van Leeuwen in 1975 gebouwd als Opus 804 voor de Hervormde Kerk in Vught. Dit orgel is een volledig mechanisch instrument.
Voorjaar 2009 is het instrument overgebracht naar de werkplaats van orgelbouwer en –restaurateur John Blummel in Oss. Na een gedegen schoonmaak- en afstelbeurt aldaar is het orgel naar de Paterskerk gebracht. Bij de transport- en opbouwwerkzaamheden zijn veel vrijwilligers behulpzaam geweest. (BH; SOL nieuwsbrief december 2009)

KDOV-blad Winter 2009

Den Bosch, Jeroen Bosch-ziekenhuis
In ’s-Hertogenbosch is de bouw van het Jeroen Bosch-ziekenhuis in volle gang. Het complex zal naar verwachting in 2011 voltooid worden en heeft dan een capaciteit van 730 bedden en zestien operatiekamers. Een kapel maakt deel uit van het ontwerp. Het gebouw ziet er aan de buitenkant uit als een aantal schubben die elkaar deels overlappen. Zij staan met elkaar in verbinding door glas. Het belangrijkste element in het interieurontwerp van de kapel is een rots, uitgesproken kerkelijk symbool van vastheid en stevigheid. De rots biedt onder meer plaats aan het liturgisch centrum, een koor en een orgel. Begin juni werd de bouw van een nieuw instrument opgedragen aan Pels & Van Leeuwen, gevestigd in Den Bosch. Het orgel zal over twee klavieren (56 tonen) en een vrij pedaal (30 tonen) beschikken.

De dispositie luidt:
Hoofdwerk: Prestant 8, Bourdon 8, Quintadeen 8, Fluit Travers D 8, Octaaf 4, Nazat 3, Octaaf 2 (uit Mixtuur), Mixtuur 3-4 st., Terts 1 3/5;
Zwelwerk: Roerfluit 8, Viola da Gamba 8, Fluit harmoniek 4, Salicionaal 4, Gemshoorn 2, Kromhoorn B/D 8;
Pedaal: Subbas 16, Violon 8, Octaaf 4;
twee tremulanten en de gebruikelijke koppelingen.
Het frontontwerp wordt gedomineerd door een verticaal lijnenspel. De pijpengroepen in het front zijn als lichtbundels afgezet tegen een donker gekleurd decor. Opvallend zijn de stalactietachtige consoles. De oplevering van het orgel is voorzien in april 2011.  (RH; NotaBene, juli/aug.’09)

Oploo en Apeldoorn
In ‘Het Orgel’ van juli/augustus 2009 zijn twee uitvoerige beschrijvingen opgenomen van de orgels in de St.-Matthias te Oploo (ingezegend door Mgr. A.L.M. Hurkmans en in gebruik genomen op 22 maart 2009) en de O.L.Vrouwe-Tenhemelopneming te Apeldoorn. Beide orgels zijn gerestaureerd door Pels & Van Leeuwen uit Den Bosch. (RH; Het Orgel, juli/aug.’09)


Voorschoten, H. Laurentiuskerk, Mitterreither/Van den Brink orgel 1792/1875)
Orgel met grootst aantal 18e eeuwse pijpen
Op zondag 27 september a.s. wordt het geheel gereconstrueerde en gerestau¬reerde orgel van de H. Laurentiuskerk te Voorschoten in gebruik genomen. Het is het op twee na oudste orgel van het bisdom Rotterdam. Om meerdere redenen is het een bijzonder instrument. Niet alleen omdat het van alle orgels in het bisdom Rotterdam het grootste aantal 18e-eeuwse pijpen heeft, maar ook omdat het een vroeg voorbeeld is van een orgel met vrij staande mechanische speeltafel. Uniek voor Nederland is de vondst van een deksel van een pijp (toon fis° van het register Holpijp 8’ op het hoofdwerk) met aan de binnenzijde een gravure van een personeelslid van orgelmaker Matthias van den Brink.

Reformatie
Een oud historische orgel dat onder bescherming staat van Monumentenzorg vind je in Nederland doorgaans eerder in een protestante dan in een Rooms-katholieke kerk. Dat komt omdat na de reformatie alle katholieke kerken werden geconfisqueerd door de protestanten en daarmee ook de historische orgels. Rooms-katholieken konden alleen in het geheim hun liturgievieringen houden. Na verloop van tijd was het hen geoorloofd liturgie te vieren in gebouwen die vanaf de openbare weg het uiterlijk hadden van een woonhuis of schuur. Als de ruimte van een dergelijke schuilkerk het toeliet, werd er een orgel geplaatst. Bijna al die schuilkerken zijn verdwenen. In Amsterdam is nog een dergelijke schuilkerk. Kerk én orgel vormen tegenwoordig Museum Amstelkring ‘Ons’ lieve Heer op solder’.
Pas na het herstel van de Bisschoppelijke hiërarchie in 1853 was het weer voor rooms-katholieken geoorloofd een kerk te bouwen. Vanaf dat moment werden er ook weer nieuwe orgels gebouwd. Aanvankelijk werd in de nieuw gebouwde kerk het orgel uit de voormalige schuilkerk geplaatst. Al gauw bleken dergelijke instrumenten onvoldoende berekend op hun taak in de veel grotere kerkruimte en werden vervangen door orgels van grotere omvang.
Het is daarom tamelijk zeldzaam als een orgel uit de Schuilkerk periode alle ‘stormen’ heeft overleefd. In het bisdom Rotterdam dateren op dit moment vier instrumenten uit die periode: het orgel van de Lodewijkskerk te Leiden (17eeuw/1769) de Bartholomeuskerk te Schoonhoven (1784) en de H. Laurentiuskerk te Voorschoten (1792/1875). Het Mitterreither orgel uit 1797 van de St. Jacobuskerk te Den Haag is op dit moment nog niet bespeelbaar.
Van de bovengenoemde instrumenten is dat van Voorschoten het grootst. Het bezit ruim 1100 pijpen verdeeld over twee klavieren en pedaal.

Oostenrijkse wortels
In 1792 bouwde de uit Graz (Oostenrijk) afkomstige orgelmaker Johannes Mitterreither (1733-1800) een orgel voor de schuilkerk van de H. Laurentiusparochie te Voorschoten. Sinds 1761 woonde deze orgelmaker in Nederland. Voor die tijd was het een kostbaar en omvangrijk instrument. Het werd geschonken door Pastoor Paulus van der Burg. Van der Burg was pastoor van 1774 tot zijn dood in 1805. Hij verfraaide niet alleen de schuurkerk met het Mitterreither orgel, maar verbouwde deze voor het toen aanzienlijke bedrag van 3378 gulden. Van der Burg heeft kosten nog moeite gespaard om niet alleen de beste orgelmaker uit te zoeken, maar bovenal om een instrument te laten vervaardigen dat, gezien de bescheiden afmetingen van de schuurkerk, ruim toegemeten was voor zijn taak. Het instrument telde 9 registers. In 1868 werd een nieuwe parochiekerk gebouwd in neogotische stijl naar ontwerp van Theo Asseler. Orgelmaker Matthias van den Brink (Amsterdam) bouwde van 1871-1875 voor deze kerk een nieuw orgel. Voor het hoofdwerk (1e klavier) gebruikte hij bijna al het pijpwerk van het Mitterreither orgel. Het werd geplaatst in een nieuwe neogotische kas en uitgebreid met een tweede klavier met 6 registers. In 1871 was het orgel bespeelbaar maar nog niet voltooid. In 1875 werden pas de frontpijpen van de prestant 8’ geplaatst, afkomstig uit het atelier van de Parijse orgelpijpenmaker Henri Zimmermann. Uniek is de vrij staande mechanische speeltafel waardoor de organist rechtstreeks zicht heeft op het priesterkoor. Eerdere exemplaren hiervan waren door Van den Brink gemaakt voor de orgels te Heemstede (1853) en Warmond (1863).

Dramatische verbouwing
Het instrument kwam verder ongeschonden de tijd tot door tot dat het in 1931/1932 drastisch werd verbouwd door de firma Bik te Leiden. Rigoureus werd de bovenkant van de orgelkas afgezaagd, waardoor alle neogotische bekroningen sneuvelden. De windladen, de tractuur en de windvoorziening, met uitzondering van de magazijnbalg, werden vervangen door een systeem van inferieure kwaliteit. De frontpijpen werden met aluminium verf (!) overgeschilderd en de binnenste tussenvelden werden van zinken pijpen voorzien. In 1954 werd ten slotte de totale orgelkas wit overgeschilderd. In het stookseizoen van 1966-1967 zijn tengevolge van de hete luchtverwarming de windladen kapot gesprongen. In 1971 werd besloten het orgel niet meer te restaureren en een nieuw koororgel aan te kopen ter begeleiding van het koor dat vanaf dat moment op het priesterkoor, achter het altaar werd opgesteld.

Restauratie 2007-2009
Na een doornroosje slaap van bijna 40 jaar, werd het parochiebestuur zich langzaam aan bewust welk een uniek instrument men in de kerk had staan. Nadat Ton van Eck, adviseur namens de Katholieke Klokken- en Orgelraad in 1993 een uitvoerig rapport had gemaakt over het orgel, waarin bevestigd werd dat het orgel pijpwerk bevatte van de 18e eeuwse orgelmaker Mitterreither, stelde hij in 1999 een restauratieplan op. Op basis van dit plan werden diverse offertes aangevraagd en contact opgenomen met Monumentenzorg. In 2005 werd, na fiat van de RCAM uiteindelijk definitief besloten tot restauratie van het hoofdorgel waarbij de opdracht werd gegeven aan orgelmaker L. Verschueren uit Heythuysen (Limburg). Deze orgelmaker had al eerder ervaring opgedaan met de restauratie van het Van den Brink orgel te Heem¬stede. Dankzij overheidssubsidie, toezeggingen van diverse fondsen, instellin¬gen en particulieren en een pijpadoptieplan kon de restauratie van start gaan. Met de restauratie was ruim € 400.000,- gemoeid. Ongeveer € 41.000,- moet nog worden ingezameld door de parochie.

Reconstructie
Tijdens de restauratie werd het orgel gereconstrueerd naar de toestand van 1871/1875. Dit betekent dat de pijpen, windladen en kanalen, windvoorziening, orgelkas en speeltafel werden gereconstrueerd naar voorbeelden van Van den Brink en/of Mitterreither. De dispositie werd hersteld naar de vermoedelijke toestand van 1875. Het register mixtuur en een deel van het register cornet werden gereconstrueerd op basis van nog aanwezige pijpen van Mitterreither. Aan het orgel werd een vrij pedaal toegevoegd in de onder kas. Hiervoor werd deels historisch pijpwerk gebruikt dat vrij was gekomen bij de restauratie van het orgel in de Caroluskapel te Roermond. Het register Trombone 8’ werd gemaakt op basis van de factuur van de hoofdwerk trompet van Van den Brink.
Na uitvoerige bestudering van het pijpwerk kwam aan het licht dat orgel nog meer 18e eeuwse pijpwerk bevatte dat aanvankelijk was aangenomen. Het register Bourdon 16’ is door Van den Brink (met uitzondering van de 12 laagste pijpen) samengesteld uit 18e eeuwse pijpen, afkomstig van een ander orgel. Ook de registers Fluit 4’ en Blokfluit 2’zijn samengesteld uit 18e eeuws materiaal afkomstig van een ander orgel.

Klank
Het orgel telt nu ruim 1100 pijpen verdeeld over 20 registers op hoofdwerk, bovenwerk en pedaal. De klank is ronduit imposant, mede door de perfecte akoestiek. Enerzijds toont het in de registers nog zijn laat 18e eeuwse gezicht, anderzijds is ook al het vroeg 19e eeuwse karakter te horen bijvoorbeeld in de prestant 8’ en de trompet 8’. Het orgel klinkt compleet herboren. Het heeft een perfecte speelaard en is voor het oog weer een lust om te zien, nu de orgelkas is gereconstrueerd en van de authentieke kleurstelling is voorzien.

Richard Bot,  artikel uit: Bisdomblad Tussenbeide, september 2009

Delft, Maria van Jesse orgel
Activiteiten omtrent de heringebruikname van het grote Maaschalkerweerd orgel van de Maria van Jessekerk te Delft zijn de volgende.

Na een ingrijpende restauratie, waarbij de pneumatische tractuur weer is teruggebracht naar de oorspronkelijk mechanische tractuur, zal op 24 oktober a.s. het grote Maarschalkerweerd van de Maria van Jessekerk te Delft in gebruik worden genomen met een concert.
Dit concert is vrij toegankelijk en wordt verzorgd door de dirigente/organiste van de kerk, Petra Veenswijk. Zij zal een Frans symfonisch programma ten gehore brengen met o.a. werken van César Franck, Camille Saint –Saëns en integraal de IIde symfonie van Louis Vierne. Tevens zal erop die dag een eerste CD uitreiking zijn (eerste opname van het gerestaureerde orgel) en een boekje over de restauratiewerkzaamheden aan het orgel.
Op zondag 25 oktober zal het orgel plechtig ingewijd worden o.a. door voorganger Bisschop Mgr. Ad van Luyn. De mis begint om 10:30 uur. Gezongen wordt de mis in fis van Charles M. Widor door het kerkkoor Deo Sacrum o.l.v. Petra Veenswijk.

In het weekend van 6 t/ m 8 november is er een orgelfestival met als doel de verschillende facetten van het orgel te laten horen.
Op vrijdag 6 november zal de organist van de Kathedraal van Brugge, Ignace Michiels, een concert geven. De aanvang is 20:00 uur.
Op zaterdagmiddag 7 nov. 15:00 uur wordt het sprookje “Le secret de Fifaro” uitgebeeld waarbij afwisselend wordt verteld en orgel wordt gespeeld. Bij dit sprookje komen alle registers aanbod. Het sprookje is een primeur voor Nederland. Het is o.a. gemaakt door de in Frankrijk wonende Nederlandse organist Albertus Dercksen en is bedoeld voor kinderen (van 5 tot 99 jaar).
Zaterdagavond om 20:00 uur is er een concert met orgel en zang. Uitvoerenden zijn de Haagse organist Ben van Oosten en sopraan Margaret Roest. Het festival wordt afgesloten op zondagmiddag 8 november om 15:00 uur met het orgelconcert van Poulenc. Uitvoerenden zijn het Haagse Serenata Orkest o.l.v. Ernst Wauer met een bezetting van strijkers en pauken, en Petra Veenswijk (orgel). Op zondag 13 december is er om 15:00 uur een orgelconcert in het teken van Advent en Kerst. Dit concert wordt verzorgd door Petra Veenswijk.

Meer informatie is te vinden op de website: www.veenswijkorgel.tk

KDOV-blad september 2009

Medemblik, St. Martinus, kistorgel
En daar staat de complete kist dan in afwachting van de verhuizing naar een plaats vóór in de kerk. Bijgaand een foto van het Henk Klop-orgel, dat in uitgebreide vorm klaar staat om definitief geplaatst te worden als koororgel in de St. Martinuskerk te Medemblik.
Dispositie: Holpijp 8, Prestant 8 en Roerfluit 4. (zie ook KDOV-blad, zomer 2008, blz.25; in Herfst 2008, blz.24, staat, dat het orgel weer terug is naar de St. Martinuskerk van Medemblik). De dispositie is na de verhuizing van Westwoud naar Medemblik hetzelfde gebleven. Maar de Prestant 8' is nu volledig geworden en klinkt geweldig in deze kerk. Verder is een pedalen toegevoegd. Helaas zijn er aanwijzingen dat de kerkmuziek in deze kerk op korte termijn drastisch op de schop gaat….  (BH;RH; juni 2009)

Obdam, St. Victor
Dik Bankras, koster van de Sint Victorkerk in Obdam, is een inzamelingsactie gestart voor de uitbreiding van het orgel in de kerk met drie registers. Het oude hoofdorgel van de Victorkerk is vorig jaar gerestaureerd. Het plan is om dit orgel nu uit te breiden met registers om de klank voller te laten worden. Om dit financieel haalbaar te laten zijn is de koster gestart met het inzamelen van oude en/of buitenlands geld. Zowel munten als briefgeld zijn welkom. Enkele jaren geleden hield Bankras een soortgelijke actie, toen voor een nieuwe kachel. (RH; NHD, 3 febr. ’09)

Inwijding orgel H. Laurentius in Voorschoten
De Laurentiuskerk aan de Leidseweg in Voorschoten is veranderd in een bouwplaats. De de vloer en de achterste kerkbanken bezaaid met onder¬delen van het monumentale Mitterreither/V.d. Brinkorgel. Er wordt met vier man gewerkt om de restauratie van het zes meter hoge orgel in juni af te krijgen.
Het inwijdingsconcert is op 27 september. ,,Dan weten we zeker dat het orgel bespeelbaar is. Want het instrument moet eerst een tijdje acclimatiseren'', zegt secretaris Wim Warmerdam.
De meeste kerkgangers hebben het monumentale orgel van de Laurentiuskerk in Voorschoten in hun leven nog nooit gehoord. Pas onlangs kwam er geld om het al 45 jaar onbruikbare instrument grondig te restaureren. De restauratie kost alles bij elkaar ruim vier ton. Daarvan is inmiddels 330.000 euro binnen, waarvan ruim twee ton van Monumentenzorg. De nog benodigde 70.000 euro hoopt het kerkbestuur te vergaren door een van de 1068 orgelpijpen 'ter adoptie' aan te bieden.
Foto’s over de voortgangvan de restauratie op: www.benhillen.nl en de site van de parochie: http://www.rkvoorschoten.nl/ onder: Orgels.
(BH; april 2009; Leidsch Dagblad)

Restauratie Maarschalkerweerd-orgel in Delft nadert voltooïng!
De ingrijpende restauratie van het Maarschalkerweerd orgel van de Maria van Jessekerk te Delft is bijna afgerond. Op dit moment (juni 2009) is de orgelbouwer Elbertse uit Soest bezig met herintonatie van de 2300 orgelpijpen. Het instrument kreeg geheel nieuwe mechanieken en een Barker voor het Hoofdwerk, naar oorspronkelijk concept uit 1893. Tevens werd een nieuwe speeltafel gereconstrueerd. Na de pneumatisering in de jaren 30 is het nu weer geheel mechanisch!
Het grootste kerkorgel van Maarschalkerweerd zal (na 6 jaar afwezigheid, mede veroorzaakt door de kerkrestauratie) op zaterdagmiddag 24 oktober a.s. om 15:00 uur door de vaste organiste van de kerk Petra Veenswijk feestelijk worden ingespeeld.
De inwijding zal gedurende de Hoogmis van 25 oktober (om 10:30 uur) in aanwezigheid van Bisschop Mgr. A. van Luyn plaatsvinden (uitgevoerd wordt door het parochiekoor “Deo Sacrum” de mis in fis van Widor. Meer informatie op de website: http://members.ziggo.nl/veenswijkorgel/home.html .
(BH; juni 2009)

KDOV-blad Zomer 2009

Amsterdam, R.K. HH.-Petrus en Paulus
In mei 2008 leverde Adema’s Kerkorgelbouw een nieuw koororgel voor de kerk van de HH.-Petrus en Paulus, in de volksmond bekend als ‘De Papegaai’ aan de Kalverstraat. Het instrument is geplaatst in één van de nissen op de begane grond in het zuidertransept, is samen met het hoofdorgel achterin de kerk bespeelbaar vanaf een centrale speeltafel beneden in de kerk. Het hoofdorgel is van 1930 en gebouwd door B. Pels in Alkmaar als opus 76.
Dispositie:
Manuaal (C-g3): Montre 8, Salicional 8, Unda Maris 8, Bourdon B 8, Flûte Harmonique D 8, Flûte Octaviante 4, Piccolo Harmonique 2.
Pedaal (C-f1) : Soubasse 16, Violoncel 8 (RH ; NotaBene, jan.’09)

Soest, H. Willibrord-parochie
Wegens het sluiten van twee van haar vier kerkgebouwen verkoopt de H. Willibrord-parochie te Soest twee orgels. Beide instrumenten hebben sinds hun bouw dienst gedaan als koororgel. De fa. Elbertse uit Soest heeft de orgels regelmatig onderhouden en gestemd.
Het gaat om de volgende instrumenten:

C.A.G. de Graaf, Soest (1978)
Manuaal I: Holpijp 8, Roerluit 4, Quint 2 2/3, Prestant 2, Terts 1 3/5, Octaaf 1.
Manuaal II: Roerfluit 8, Prestant 4, Regaal 8
Pedaal: Subbas 8, Ranket 16.
Koppels: I+II, P+I, P+II.

Mechanisch toets- en registertractuur.
Elbertse Orgelmakers, Soest (1979)
Manuaal I: Gedekt 8, Prestant 4, Roerfluit 4, Octaaf 2, Mixtuur II.
Pedaal: Subbas 16
Koppel: P+I
Elektropneumatische toets- en registertractuur (losse speeltafel)
Voor meer informatie/bezichting/bespeling: Bauke Reitsma, organist, tel. 06- 40153992, baukereitsma@casema.nl (RH; De Orgelvriend, febr.’09)

Het orgel van de St.-Augustinuskerk te Amsterdam
Onder de zogeheten “Bulderbaan” ligt als baken voor vlieg- en telecommunicatieverkeer, als afspreekplaats voor sportend Amstelveen en  Amsterdam-Zuid, maar op de eerste plaats als symbool voor geloofsbeleving de Katholieke kerk St. Augustinus, gesitueerd op de hoek van de Kalfjeslaan en de Amstelveenseweg, op de rand van het Amsterdamse Bos, en precies op de geografische grens van Amsterdam met Amstelveen. Deze parochie bestaat al 300 jaar.

Zolang Schiphol bestaat is deze kerkgemeenschap zich nadrukkelijk en hoorbaar bewust van de aanwezigheid van het vliegveld: tijdens repetities en kerkdiensten geeft elk overvliegend toestel een onmogelijk te negeren accent in deze grote ruimte. Geen luidsprekersysteem is hiertegen opgewassen.

In de kerk zijn traditioneel meerdere koren werkzaam; thans zijn dit een kinderkoor, een jongerenkoor, een Nederlands koor, en het Latijns Parochiekoor; daarnaast is er een dameskoor voor uitvaarten en huwelijken. Deze koren worden ondersteund door 3 professionele krachten: dirigent, pianiste en organist. Omdat de kwaliteit van het musiceren hoog in het vaandel staat, is er gelukkig al jaren ook aandacht voor het orgel.

De kerk kan beschikken over een redelijk fors klinkend orgel. Dit instrument is gebouwd in 1935 door Bernard Pels & Zonen te Alkmaar. In 1975 heeft een omvangrijke restauratie plaats gevonden door Adema’s Kerkorgelbouw onder leiding van Hubert Schreurs, waarbij de pneumatische transmissie is vervangen door een elektro-pneumatisch systeem. Tevens is de dispositie licht gewijzingd.

Tot aan 2005 hebben er geen noemenswaardige reparaties meer plaats gevonden. In de jaren daarna wordt het instrument voor een deel aangepakt: De speeltafel wordt gerepareerd en gangbaar gemaakt, met de aantekening dat vervanging t.z.t. onontkoombaar is. De hoofdbalg en het gordijn worden gerepareerd, de zwelkastbediening elektronisch aangestuurd. Het windkanaal naar de Prestant 16' van het pedaal wordt vernieuwd en vergroot; de gedekt bas 16' van het pedaal gerenoveerd en de winddruk op de pedaalregisters verhoogd.

Hierna volgen tal van activiteiten om geld te verwerven ten behoeve van de vervanging van de membramen. Daartoe werd een plan de campagne opgesteld: er werden artikelen gepubliceerd in de media en actie gevoerd om het orgel als instrument onder de aandacht van kinderen te brengen. Verder werden concerten georganiseerd in de kerk, waarbij deelname openstaat voor goede amateurs en professionals. De organist van de kerk, Vincent Kuin, heeft hiervoor zeer veel werk verricht en naast het organisatiewerk twee recitals geven, één orgelconcert en een pianorecital op de vleugel.
Aan het slotconcert onder de noemer "Swinging Augustinus" op 16 november namen twaalf artiesten deel uit de wereld van de lichte muziek en de jazz. Elke artiest afzonderlijk of in duo of in een combo speelde(n) een half uur, zodat voor iedereen wel wat te genieten was door het afwisselende programma.
Het concert werd geopend door het ontsteken van de nieuwe gevelverlichting vanuit Amsterdams beroemdste café - recht t.o. de kerk: Bar Anno 1890 - . Dit werd verricht door deken Ambro Bakker, de nieuwe pastoor van de kerk. Deze verlichting brandt elke avond en wordt bediend vanuit het café aan de overkant.
Tijdens het concert speelden dezelfde artiesten beurtelings in dit café. Tijdens de changementen kon het publiek een bezoek aan de bar brengen. Groot succes!

De acties voor de restauratie van het orgel hebben uiteindelijk € 20.000 opgeleverd, ruim voldoende om wederom een aantal broodnodige werkzaamheden te kunnen starten.
Direct na het concert, op dinsdag 22 november hebben medewerkers van Adema’s Kerkorgelbouw alle membraanlatten gedemonteerd die bij het zwelwerk horen. Twee dagen later werden de latten schoon – zonder de oude en lekke membranen – teruggebracht en hebben 5 vrijwilligers zich die dag bezig gehouden met het lijmen van de membramen op de membraamlatten van het zwelwerk: klus in 1 dag geklaard!
In de erop volgende dagen heeft Adema’s Kerkorgelbouw ook alle lekkages verholpen aan een windkanaal en aan twee balgen (lekkages in het leder op de hoeken); zijn de tongwerken van het pedaal geherïntoneerd en is de eerder aangekochte suboctaafkoppel geïnstalleerd op het 2e manuaal.

Last but not least: 2 schakelaars in de speeltafel zijn vervangen; de appel d’anches (activeren, resp. deactiveren van alle tongwerken), en van het automatisch pedaal . Nog open staat vervanging van alle membranen van het hoofdwerk. Dit heeft een lagere prioriteit en wordt daarom doorgeschoven naar de toekomst. Hiermee is een indrukwekkende prestatie geleverd, die aangeeft hoeveel waarde met hecht aan een goed bespeelbaar en daarmee goed functionerend orgel.

De dispositie:
Manuaal I: Bourdon 16’, Praestant 8’, Holpijp 8’, Octaaf 4’, Fluit harmoniek 4’, Gemshoorn 2’, Mixtuur III-IV, Trompet 8’
Manuaal II (in zwelkast): Viola di Gamba 8’, Unda Maris 8’, Bourdon 8’, Praestant 4’, Roerfluit 4’, Octaaf 2’, Mixtuur III, Fagot-Hobo 8’, Kromhoorn 8’, tremulant.
Pedaal: Contrebas 16’, Subbas 16’, Openbas 8’, Gedekt 8’, openfluit 4’, Bombarde 16’, Trompet 8’, Klaroen 4’.
Verder beschikt het orgel over voetschakelaars voor Tutti, Vrije Combinatie, Combinatie Registers en voor de drie koppelingen. (EA; met dank aan Vincent Kuin; januari 2009))

Raalte, Basiliek van de H.-Kruisverheffing
De firma B. Pels uit Alkmaar bouwde in 1931 als opus 82 een pneumatisch geregeerd tweeklaviers orgel voor de basiliek van de H.-Kruisverheffing in Raalte. Het orgel verving een instrument van J.C. Scheuer & Zn. uit 1845, dat oorspronkelijk gemaakt was voor de Hervormde Kerk van Heerde. In 1970 verbouwde de firma Vermeulen uit Alkmaar het Pels-orgel. Het instrument was zo vervallen dat het parochiebestuur in 2006 besloot het orgel te vervangen. In 2007 werd het afgebroken. Op dat moment telde het instrument zesendertig stemmen, verdeeld over twee klavieren en een vrij pedaal, en bezat het een elektro-pneumatische tractuur.
De parochie kocht het orgel van de voormalige rooms-katholieke Michaëlskerk in Zwolle. Orgelmaker Joseph Adema bouwde dit orgel in 1927 voor de Zwolse kerk ter vervanging van een instrument van Petrus van Oeckelen uit 1854. Dat instrument kreeg een nieuwe bestemming in de Noorderkerk in Alphen aan den Rijn. De van 1892 daterende Michaëlskerk werd in 1965 afgebroken en vervangen door een kleiner gebouw; de parochie nam het Adema-orgel mee naar dit nieuwe onderkomen. Hubert Schreurs uit Amsterdam verzorgde de overplaatsing. Op enig moment verving men de Unda Maris van het Reciet door een Terts en plaatste op de lege plek van de oorspronkelijk geplande Sexquialter van het Positief een Ripiéno. Begin jaren negentig van de vorige eeuw maakte de firma Kaat & Tijhuis uit Kampen het orgel schoon, repareerde het en voorzag het van een dak. In 2006 sloot men de nieuwe Michaëlskerk. Het orgel werd door Kaat & Tijhuis onder advies van Gert Oldenbeuving namens de KKOR gerestaureerd en overgeplaatst naar de basiliek in Raalte. De ingebruikneming was op 14 september 2008 met een concert door de Zwolse organist Toon Hagen.

De laden zijn gebouwd als pneumatisch geregeerde kegelladen; het Positief en het Reciet zijn in afzonderlijke crescendokasten geplaatst.
Dispositie: Hoofdwerk : Prestant 16 vt, Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Flute Harmonique 8 vt, Bourdon 8 vt, Violon 8 vt, Fluit 4 vt, Octaaf 4 vt, Octaaf 2 vt, Cornet III-V st, Mixtuur IV-V st, Trompet Harmonique 8 vt. Positief (in zwelkast), Bourdon 16 vt, Vioolprestant 8 vt, Viola di Gamba 8 vt, Vox Coelestis 8 vt, Holpijp 8 vt, Fugara 8 vt, Viool 4 vt, Open Fluit 4 vt, Woudfluit 2 vt, Sexquialter II st, Echotrompet 8 vt.
Recit (in zwelkast), Gedekt 16 vt, Nachthoorn 8 vt, Quintadeen 8 vt, Salicionaal 8 vt, Dolce 8 vt, Unda Maris 8 vt,Viola d'Amore 4 vt, Roerfluit 4 vt, Piccolo 2 vt, Nasard 2 2/3 vt, Vox Humana 8 vt, Basson-hobo 8 vt.
Pedaal : Contrabas 16 vt, Subbas 16 vt, Violonbas 16 vt, Fluitbas 8 vt, Cello 8 vt, Quintbas 10 2/3 vt, Clairon 4 vt, Bazuin 16 vt.
Speelhulpen: Koppel I-II, Koppel I-III, Koppel II-III, Koppel I-II 4, Koppel I-II 16, Koppel II-II 4, Koppel II-II 16, Koppel III-III 16, Koppel P-I, Koppel P-II, Koppel P-III, Tremulant, Generaal-crescendo.

Bij de overplaatsing in 2008 keerde de Unda Maris op het Reciet terug en werd de Ripiéno van het Positief vervangen door een Sexquialter, waarmee de door Adema voorgenomen dispositie is gerealiseerd. Het orgel staat in Raalte in de torennis achter het front van het voormalige Pels-orgel. Het frontpijpwerk is van Adema.

Bronnen: website Pels & van Leeuwen (www.pelsenvanleeuwen.nl); Orgeldatabase (http://195.108.118.111); aankondiging ingebruikneming; www.kruisverheffingraalte.nl; http://orgelraalte.blogspot.com. (BH; NotaBene, januari 2009)

Loret-koororgel ingewijd in Tilburg
Het bijna 150 jaar oude Loret-koororgel in Tilburg is - na tien jaar te zijn opgeslagen – in november 2008 in ere hersteld als kerkorgel. Het grondig gerestaureerde 5 meter hoge orgel is weer ingewijd in de St. Jozefkerk op de Heuvel in Tilburg. De restauratie is uitgevoerd door vrijwilligers van de parochie onder begeleiding van orgelmakers van de firma Elbertse uit Soest. Het orgel is in 1859 gebouwd door François Bernard Loret (1808 - 1877) voor de rectoraatskerk van de Fraters van Tilburg. Het orgel is sindsdien verschillende keren gewijzigd en uitgebreid. In 1976 kreeg het orgel de status van rijksmonument. 20 jaar later moest de kerk waar het orgel toen was ondergebracht plaats maken voor appartementen.
De Heuvelse kerk kocht het orgel in 1998 voor tienduizend gulden: “Het houtwerk sloegen we op boven de repetitieruimte van het Heuvels gemengd koor, de pijpen bij Elbertse Orgelbouwers uit Soest" , vertelt De Beer, lid van het kerkbestuur. Pas na 10 jaar was al het geld bijeen - 210.000 euro - om de restauratie te starten. Op zondag 30 november 15.00 uur vond de inwijding van het Loret-orgel plaats. De organisten Clemens Abers, Rob Nederlof en Ad van Sleuwen bespeelden het orgel.
In werk van Carl Philipp Emanuel Bach, Alexandre Boëly, Camille Saint-Saëns, Jean Langlais, Marco Bossi, Jacques-Nicolas Lemmens en Wolfgang Amadeus Mozart.
Het Heuvels Gemengd Koor brengt werk van Charles Stanford ten gehore. (BH; Radio4 – viertaktarchief; november 2008)

KDOV-blad Lente 2009

Zwaag, St. Martinuskerk
Ter gelegenheid van de uitbreiding met twee registers van het koororgel in de St. Martinuskerk te Zwaag werd op zondag 14 september om 14.30 uur een concert gegeven. Tijdens dit concert werden zowel het grote orgel als het koororgel door de organisten Marianne Habets en Edwin Hinfelaar bespeeld. Aan dit concert werkten ook het St. Martinuskoor en de Michaëlcantorij, beide onder leiding van Gerard Arendsen mee. Bij de ingebruikname van het koororgel, in het voorjaar van 2004, bleek al spoedig dat het als viervoets begeleidingsinstrument voor het gemengd koor niet over voldoende draagvlak beschikte.Orgelbouw Alkmaar heeft hierop een ontwerp gemaakt voor een uitbreiding met twee achtvoets registers, afkomstig van een Pelsorgel uit 1933.

Om de nieuwe registers een passende plaats te bieden moest de kast ingrijpend worden gewijzigd. Verder voorzag het ontwerp in:
- het vergroten van de blaasbalg en de windkanalen
- het wegnemen van de storende elementen uit de oorspronkelijke dispositie, zoals het buiten gebruik stellen van twee koren pijpen van de Ruispijp III sterk en de koppeling I+II+4'. Maart 2007 wordt, onder leiding van Hans Martin, met dezelfde vrijwilligers als in 2004, een begin gemaakt met de uitvoering van het ontwerp. De facelift van de frontpijpen is door Klaas Kapitein verzorgd, die ook de intonatie van de nieuwe registers voor zijn rekening heeft genomen. Het nieuw geplaatste pijpwerk sluit qua klank goed aan bij het bestaande. Het geheel heeft een symfonisch karakter. (RH)
Dispositie:
Manuaal I C / g''': Fluitprestant 8'* Bourdon 8' Prestant 4'.
Manuaal II C / g''': Viola di Gamba 8'* Kwintadeen 8' Roerfluit 4' Octaaf 2'.
Pedaal C / f': Subbas 16', Bourdon 8' transmissie Subbas 16', Prestant 4' transmissie van manuaal I.
Speelhulpen: Koppelingen I+II, P+I, P+II, I+II+16' en tremulant.
Vaste Combinaties: Piano, Forte, Tutti en Automatisch Pedaal.
Tractuur: Elektropneumatisch.

Winddruk manualen: 60 mm waterdruk.
Winddruk pedaal: 65 mm waterdruk.

* nieuwe registers

Inspeling Pels orgel Ottersum
Recentelijk is het Pels orgel (1948) in Ottersum grondig gerestaureerd en vernieuwd.

Op zondag 7 september is tijdens de Eucharistieviering het orgel ingezegend en in een concert officieel ingespeeld door Ton van Eck, KKOR adviseur bij de restauratie.
Zie voor meer informatie: http://www.orgelottersum.nl/ of www.orgelnieuws.nl, 5-9-’08 (RH)

Obdam, St. Victor
Al eerder belichtte ik de restauratie van het Vermeulen-orgel (1921) in de St. Victorkerk te Obdam (KDOV-blad, herfst ’08, blz.24). Op zondag 9 november is dit orgel, na veertig jaar gezwegen te hebben, weer ingewijd tijdens een Eucharistieviering, waarbij Adrianus Kardinaal Simonis speelde, maar ook Ton van Eck (KKOR) en de eigen organist Nico Jansen. De restauratie is verricht door (en onder auspiciën van) Hans Martin van Orgelbouw Alkmaar. Voor meer info: www.orgelbouwalkmaar.nl en www.sintvictorparochie.nl. Bij deze willen we de initiatiefnemers tot de restauratie van harte. (RH)

Raalte, Basiliek
Het Adema-orgel van de R.K. Michaëlkerk in Zwolle is in de Basiliek van Raalte aan een derde leven begonnen. Door de royale akoestiek van de kerk en de intonatie klinkt het orgel mooier dan ooit. De verplaatsing geschiedde door Kaat & Nijhuis uit Kampen. Op 20 september gaf Toon Hagen, organist van de protestantse St.Michaëlkerk te Zwolle, het eerste orgelconcert hierop. (RH; www.orgelnieuws.nl, 8-9-’08)

Amsterdam, H.H. Petrus en Paulus (‘De Papegaai’)
In de R.K. kerk ‘De Papegaai’ is in mei 2008 een nieuw koororgel van de firma Adema’s Kerkorgelbouw opgeleverd. Het orgel kreeg een plaats in één van de nissen in het zuidertransept op de begane grond.
De kerk in de Amsterdamse Kalverstraat beschikte al over een hoofdorgel dat in eerste aanleg werd gebouwd in 1930 als opus 76 van de firma Pels. Het koororgel is nu samen (!) met dit orgel bespeelbaar van een centrale speeltafel beneden in de kerk.
Het Koororgel heeft een elektrische tractuur met sleepladen. Ten behoeve van de superoctaafkoppel zijn lade en pijpwerk uitgebouwd tot g4. Het koororgel staat geheel in zwelkast, behoudens de frontpijpen die zijn genomen uit de Violoncel 8. Als adviseur namens de KKOR was Jos Laus bij dit project betrokken. Voor meer info: orgelnieuws.nl.
(RH; www.orgelnieuws.nl, 18-8-’08)

Hengelo (Ov.), Lambertusbasiliek
Op zondag 12 oktober is het orgel van de St. Lambertuskerk in Hengelo opnieuw in gebruik genomen. Het Vermeulen-orgel (1948) is gerestaureerd en uitgebreid met een vierde klavier door Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom. Adviseur was Ton van Eck.
Op zes achtereenvolgende zaterdagen na de ingebruikname was het orgel te horen in een serie concerten en open orgeldag (8 november). Voor meer info: orgelnieuws.nl. (RH; www.orgelnieuws.nl, 9-10-’08)

Utrecht, St. Jacobus
Het orgel van de gereformeerde Emmauskerk te Vlaardingen is eind oktober overgebracht naar de St. Jacobuskerk te Utrecht. Nico van Duren zal het daar volgend jaar weer gaan opbouwen. (RH; www.kerkorgel.net, 25-10-’08) Voor meer info over dit orgel: www.orgelsite.nl/kerken45/vlaardingen.htm.

Zeist, Emmausparochie
De Emmausparochie te Zeist biedt haar L.Verschueren-orgel (1970) uit Heythuysen te koop aan. Het is een tweeklaviers sleeplade-orgel met elektrische tractuur en verplaatsbare speeltafel. Totaal 9 registers labiaalpijpen incl. Subbas 16’. Breedte 233 cm en hoogte 400 cm. Een taxatierapport van de KKOR is beschikbaar en de vraagprijs is 9.500 euro. Voor informatie en/of bespeling: P.C.M. van der Arend, tel. 030-6918535 of arend@wanadoo.nl  (RH; De Orgelvriend, sept.’08)

KDOV Blad Winter 2008

Vier miljoen euro voor orgelrestauraties
Vrijdag 13 juni jl. heeft de directie van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM), namens minister Plaskerk (OCW), in het Orgelpark te Amsterdam zo’n vier miljoen euro aan beschikkingen uitgedeeld voor in totaal 26 historische orgels. Eind vorig jaar werden bij de RACM 38 aanvragen voor orgelrestauraties ingediend met subsidiabele kosten tussen de 150.000 en 300.000 euro. Daarvan zijn er 26 gehonoreerd w.o. voor de volgende R.K. kerken: Lambertus (Vessem), St. Agatha (Lisse), Nicolaaskerk (Nieuwegein), Lambertus (Someren), Bonaventura (Woerden), Laurentius (Voorschoten), Willibrordus (Deurne). (RH; NotaBene, juli/aug.’08)

Tekorten ondanks subsidie orgels
Nogal wat stichtingen reageren teleurgesteld op de vrijdag toegekende subsidies voor de restauratie van kerkorgels door de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM). Kerken die minder subsidie kregen dan gevraagd hebben aanvullende middelen nodig om het tekort aan te vullen. Dat sommige subsidies lager uitvallen, komt doordat de RACM het subsidiabele uurloon voor orgelrestauraties heeft verlaagd. Voor het eerst zijn de subsidies voor orgelrestauraties nu berekend aan de hand van het subsidiabele uurloon voor bouwkundige restauraties. Dat bedraagt 41 euro, terwijl het werkelijke uurloon van orgelmakers tussen de 47 en de 51 euro ligt.

Mr. Christiaan Steenbergen, secretaris van de Vereniging van Orgelbouwers in Nederland (VON), is over dat verschil hoogst verbaasd . „Het slaat werkelijk nergens op dat het uurloon voor de bouwsector als norm dient voor de orgelmakers”, zegt hij. „Orgelmakers moeten meer kosten maken voor alles wat bij ingewikkelde restauraties komt kijken.” Steenbergen heeft namens de VON eerder protest aangetekend bij de RACM. „Die zegt dat ze daar niets aan kunnen doen, omdat de norm voor het subsidiabele uurloon voor orgelmakers is vastgesteld door het ministerie van Economische Zaken. Als VON onderzoeken we wat we hiertegen moeten ondernemen”, zegt Christiaan Steenbergen.

Er zitten bij de RACM te veel juristen, werd tijdens de uitreiking van de subsidiebeschikkingen vernomen. Van de driehonderd medewerkers daar zijn er vijftien constant bezig met de afhandeling van bezwaar- en beroepsschriften tegen de dichtgetimmerde subsidieregeling. Het kabinetsbeleid is ook in de monumentenzorg gericht op deregulering en vermindering van administratieve lasten. Daarom wordt het rijksadvies aan de gemeenten bij de verlening van monumentenvergunningen voor een groot deel afgeschaft. Slechts bij wijziging, verplaatsing of sloop van een monument zal de RACM nog advies uitbrengen. In normale gevallen kan een gemeente ook volstaan met advisering door andere deskundigen. De RACM blijft wel de rijkssubsidies verdelen en blijft ook het kenniscentrum voor de monumentenzorg.

Twaalf van de 38 subsidieaanvragen zijn niet toegekend. Volgens drs. Ben de Vries, woordvoerder van de RACM, is dat toe te schrijven aan de subsidiabele restauratiekosten. Die moesten tussen de 1,5 en de 3 ton zitten. Ook zijn er aanvragen afgewezen omdat er voor dit jaar maximaal 4 miljoen euro beschikbaar is. Tot de afvallers behoren de rooms-katholieke kerken van Vollenhove, Everdingen, Maastricht, Schiedam, Esch, Rijssen en Brielle en hervormde kerken van Wilp, Geervliet, Mensingeweer en Heinenoord en de Waalse Kerk te Leiden. (www.rknieuws.net, 16-6-’08) Boskamp, H. Willibrord
Het subsidiebeleid van de overheid lijkt op een loterij. Zo ervaart het bestuur van de rooms-katholieke H.Willibrordkerk Boskamp dat beleid. Tot grote ontzetting van alle betrokkenen liep de kerk onlangs een subsidie mis. De manier waarop dit gebeurde was voor het kerkbestuur aanleiding om Tweede Kamerleden te benaderen. De overheid heeft ruim twee weken geleden veel geld verdeeld onder rijksmonumenten die met een restauratie-achterstand kampen. Boskamp ging ervan uit te kunnen meeëten uit die ruif. Er ligt immers al sinds 2004 een goedgekeurd restauratieplan en de kerk uit 1860 wordt er zichtbaar niet beter op. De ontgoocheling was dan ook groot dat het bericht kwam dat Boskamp niets krijgt. ,,Vooral de uitleg die daarbij werd gegeven is ons een beetje in het verkeerde keelgat geschoten’’, zo zegt vice-voorzitter Herman van der Linde. Het komt er op neer dat Boskamp zo’n vijf jaar geleden al eens 9500 euro aan subsidie kreeg voor een kleinere ingreep aan het orgel. Nu blijkt dat elke bijdrage - hoe klein ook - je voor jaren uitsluit van subsidie. (www.rknieuws.net, 27-7-’08)

Woerden, Bonaventura
De parochie heeft er lang op moeten wachten, maar dankzij een subsidieverlening kan nu de restauratie van het hoofdorgel in de Bonaventurakerk in Woerden in gang worden gezet, meldt het Algemeen Dagblad. De r.k.-parochie heeft bijna 147.000 euro toegekend gekregen van de rijksdienst voor monumentenzorg. De kerk moet zelf ook een flink bedrag bijleggen. De restauratie begint naar verwachting in april 2009 en neemt ongeveer een jaar in beslag. Het orgel is tussen 1917 en 1919 gebouwd door orgelbouwer Jos Vermeulen uit Alkmaar. Het is een rijksmonument. (www.rknieuws.net, 19-7-’08)

Strijp, St. Trudo
Het orgel van de Sint-Trudokerk in Strijp is aan een grote opknapbeurt toe. Om de daarvoor benodigde vijftig mille bij elkaar te brengen, organiseert het orgelfonds activiteiten. Een ervan is het orgelconcert van Eric Koevoets met deelname van vrouwenkoor La Confiance, dat zondag om 16.00 uur begint in de kerk op het Sint-Trudoplein. De toegang is gratis. Na afloop is er een collecte. Het concert is niet alleen bedoeld om aandacht te vragen voor de hoognodige restauratie. Het Orgelfonds Sint-Trudo en het parochiebestuur willen het orgel uit de religieuze hoek halen en aantrekkelijk maken voor een breder publiek. "Mensen moeten gewoon de kerk in kunnen lopen voor de muziek", vindt secretaris en amateurorganist Dirk Moree. "Een kerkorgel wordt meestal geassocieerd met kerkdiensten en religieuze muziek. Maar voor geen ander instrument zijn zoveel composities geschreven. Om de ongekende mogelijkheden te presenteren, gaan we orgelconcerten geven in combinatie met zang, dans, videopresentatie en andere muziekinstrumenten. Klassiek, religieus, romantisch of modern, alles kan. Tijdens het Multiculturele Festival op 31 augustus willen we zelfs een Antilliaanse drumband laten meespelen."

De stichting Orgelfonds werd in 1985 opgericht om het door de firma Verschueren uit Heythuizen, na de Tweede Wereldoorlog herbouwde orgel in de oude glorie te herstellen. Voorzitter en medeoprichter Willy Verhagen: "Toen hadden houtwormen de windladen aangetast en waren de geitenleren blaasbalgen versleten. Alle pijpen moesten eraf voor een grote schoonmaakbeurt. Dat zijn er ruim 3300, waarvan de grootste vijf meter en de kleinste amper een centimeter lang is. Geld inzamelen ging toen makkelijker dan nu. We collecteerden iedere week in de Trudo- en de Theresiakerk, hielden kienavonden en de winkeliers doneerden veel. We haalden toen 165000 gulden op." Uit onderzoek van de Katholieke Klokken en Orgelraad blijkt dat dit keer de restauratie ongeveer vijftigduizend euro gaat kosten. Volgens de orgeladviseurs is het veelzijdige en veelvuldig gebruikte muziekinstrument een dergelijke onderhoudsbeurt meer dan waard. De parochie, de stichting Orgelfonds en het bisdom kunnen de hoge kosten niet zelf opbrengen. Daarom worden er de komende tijd niet alleen concerten gegeven, maar worden ook een cd en dvd opgenomen en kunnen sympathisanten een orgelpijp of een ander onderdeel van het orgel adopteren. (www.rknieuws.net, 4-7-’08)

Wijhe, O.L.V. Onbevlekt Ontvangen
In de rk kerk aan de Stationsweg in Wijhe werd 18 mei tijdens een plechtige eucharistieviering het gerestaureerde Maarschalkerweerdorgel ingezegend door pastoor Van der Vegt. Met het voltooien van de restauratie van het orgel is een prachtig eind gekomen aan het 14 jaar durende orgelproject. De laatste weken is door orgelbouwer Nico Slooff met hulp van de vele vrijwilligers waaronder de zeer vakbekwame Jan van de Beukel en Henk Ruiter heel hard gewerkt aan de laatste fase: het technisch klaar maken van het orgel, het plaatsen van de pijpen, intoneren en stemmen. De kerk lag werkelijk bezaaid met 448 orgelpijpen van een tin/loodlegering en houten exemplaren. De grootste is drie meter lang en de kleinste heeft een toongevend gedeelte van zo’n 15 millimeter. Heel voorzichtig en met handschoenen aan moesten al die pijpen en pijpjes, het klavier, de balg (die wordt niet meer gebruikt maar dat zou eventueel wel kunnen) en andere onderdelen teruggeplaatst worden in de gerestaureerde houten orgelkast. Buiten de kast staat de speciale stille elektromotor die constant een bepaalde hoeveelheid lucht in het orgel kan blazen.
Na het intoneren, het afstemmen op elkaar van verschillende pijpgroepen, kon het orgel gestemd worden. Al met al veel en tijdrovend werk voor de orgelbouwer uit Lekkerkerk die iedere werkdag ’s ochtends vroeg de kerk binnenstapte en pas half tien ’s avonds de deur weer achter zich dichttrok. Eten en overnachten deed hij in diverse gastgezinnen. Over het orgel is hij zeer te spreken. ,,Heel mooi orgel met een prachtige brede romantische klank. Ook groot genoeg voor deze kerk die erg gehorig is.’’ De vrijwilligers noemt hij grandioos. ,,Die zijn zo gemotiveerd en hebben die kast zo perfect gerestaureerd. Zo’n project is ook goed voor de onderlinge band en bovendien is dit orgel nu ook echt hun eigen orgel geworden.’’ (www.rknieuws.net, 16-5-’08)
Het orgel is in eerste aanleg van rond 1880 en werd gebouwd door Maarschalkerweerd en Zn te Utrecht. De oorspronkelijke locatie is onbekend. In 1895 wordt het orgel, opnieuw door Maarschalkerweerd en Zn. geplaatst in de kapel van het R.K. Wees- en Oudeliedenhuis Sint Hiëronymus te Utrecht. Daarbij werd ook het oude front gebruikt, de zij- en achterwanden worden vernieuwd. Omdat het Hiëronymushuis in 2007 wordt verbouwd tot appartementen, komt het orgel in 2005 in de opslag van het Aartsbisdom Utrecht (Dijnselburg, Zeist). Daaruit wordt het in 2006 verkocht aan de parochie te Wijhe en geplaatst in de zuidertransept. Het orgel staat geheel in een zwelkast, bediend door een ijzeren (lepel)trede. De frontpijpen zijn deels sprekend (groot octaaf van de Octaaf 4). Het pijpwerk staat opgesteld op een gecombineerde sleeplade met twee ventielkasten. Het pijpwerk van Manuaal II staat voorop de lade. De Subbas 16 is uitgevoerd als transmissie van de Bourdon 16 en functioneert van C-d1 via een vanaf een moteurslade aan de linkerzijkant in de kas. (www.orgelnieuws.nl, 21-5-’08)
Dispositie:
Manuaal I (C-f3): Bourdon 16, Prestant 8, Roerfluit 8, Violino 8 (vanaf f), Octaaf 4.
Manuaal II (C-f3): Holpijp 8, Viola di Gamba 8 (C-H i.c.m. Holpijp), Fluit dolce 4.
Pedaal (C-d1): Subbas 16 (transmissie Man. I)
Speelhulpen: Koppeling Klav. (I-II), Koppeling Pedaal (P+I), Windlosser.

Ottersum, St. Jan de Doper
In april heeft Flentrop Orgelbouw uit Zaandam de werkzaamheden aan het orgel in Ottersum afgerond. Het orgel heeft geheel nieuwe windladen (sleepladen) en heeft een mechanische tractuur gekregen (registertractuur met direct-contacten). Op www.orgelottersum.nl zijn de voorgeschiedenis en de projectuitvoering te lezen. Bovendien is er een fotoverslag van alle activiteiten en de wederbouw van het vernieuwde instrument. Aanbevolen! (RH, SOLnieuwsbrief mei ’08)

Amsterdam/Buitenveldert, Augustinus
Het B. Pels-orgel (1935, gewijzigd H. Schreurs, 1977) ziet er op het oog goed uit, maar behoeft renovatie. De (bijna duizend) membranen van het 26 registers tellende orgel zijn na 75 jaar versleten, dus er zijn acties nodig. Eén van die acties: “Ook is het mogelijk de organist voor een bedrag van 100 euro thuis te laten spelen. De voldoening is dan groot, want dan kunt u zich in de toekomst feliciteren met weer een compleet orgelgeluid”. We wensen organist Vincent Kuin en dirigent Herman Paardekooper veel succes! (RH; Samen Kerk, mei ’08; www.augustinusparochie.nl).

Alkmaar, parochie HH. Mathias-Laurentius
Op zondag 24 augustus is met een feestelijk orgelconcert een ‘nieuw’ orgel, bestaande uit onderdelen van de oude orgels uit de wijkkerken H. Joseph, Pius X en de voormalige Don Bosco, ingewijd. Het nieuwe orgel is geplaatst in de wijkkerk H. Joseph en speelt gemakkelijk en zeer direct. Het is te vergelijken met een mechanisch orgel met een speciale techniek welke voor de eerste keer wordt toegepast door orgelbouwer Flentrop. (Samen Kerk, juli/aug.’08)

Montfoort, Johannes de Doper
De restauratiecommissie van de Bethelkerk op Urk heeft een unieke aankoop kunnen doen. Origineel pijpwerk van de Utrechtse orgelbouwer Abraham Weere, dat in Montfoort overbodig is geworden zal gebruikt worden bij de restauratie van het Meere-orgel op Urk. Op 26 april werd het historische pijpwerk overgedragen en onder leiding van adviseur Stef Tuinstra zorgvuldig uit het in onbruik geraakte Pels-orgel in de R.K.-kerk van Montfoort gehaald. De negen registers werden goed verpakt getransporteerd.
Het orgel op de koorzolder in de parochiekerk van Joh. de Doper werd in 1939 gebouwd door de firma Bernard Pels uit Alkmaar. Daarbij werd pijpwerk gebruikt uit het voormalige Meere-orgel uit 1805. Het Pels-orgel is al bijna twintig jaar niet meer in gebruik. De parochie maakt al geruime tijd gebruik van een mechanisch orgel van Fama en Raadgever uit 1971, dat beneden naast het priesterkoor is opgesteld. Cees van de Poel, orgeladviseur van de KKOR, concludeerde bij onderzoek van het Pels-orgel dat van de 22 registers er negen beduidend ouder zijn, waarvan in elk geval zes van Meere. Verder onderzoek moet dat nog uitwijzen. Dat het Pels-orgel nu overbodig raakt, komt omdat de parochie de koorzolder wil vrijmaken voor een nieuw verwarmingssysteem. De nog bruikbare delen zullen worden verkocht, de rest zal worden gesloopt.
Het orgel in de Urker Bethelkerk werd in 1792 door Abraham Meere gebouwd voor de R.K.-schuilkerk in IJsselstein. Sinds 1910 staat het orgel op het voormalige eiland en is daarmee het oudste orgel van de provincie Flevoland. (RH; De Orgelvriend, juni ’08, NotaBene, juni ‘08)

Obdam, St. Victor
In ons vorige KDOV-blad maakte ik al melding van een kerkenveiling voor de restauratie van het orgel. Nu wordt de laatste hand eraan gelegd (geplande oplevering half september) door een groep vrijwilligers o.l.v. Hans Martin van Orgelbouw Alkmaar. Ook amateur-orgelbouwer Cor Molenaar (69) is hierbij betrokken. De onkosten van bijna 30.000 euro werden met de kerkenveiling al opgehaald! Na de laatste lastige klus, het intoneren, kan het ruim tachtig jaar oude pneumatische orgel (Vermeulen, 1921) dan weer klinken. Het werd sinds 1971 niet meer gebruikt; organist Nico Jansen speelt op het toen aangeschafte kleinere koororgel. Dank zij twee tongregisters kan ook Franse orgelliteratuur worden vertolkt op dit ‘romantische dorpsorgel’, aldus een bericht in het Noordhollands Dagblad (7-6-’08)

Westwoud, St. Martinus/Medemblik, St. Martinus
Het Klop-orgel (zie KDOV-blad zomer 2008) is weer retour naar de St. Martinuskerk te Medemblik. Organist/eigenaar Frans Visser is per 1 juli 2008 gestopt in Westwoud.

Engels orgel in Harlingen
In de St. Michaelskerk te Harlingen worden al enkele jaren Evensongs gehouden. De grote kruisbasiliek, die in 1881 door Alfred Tepe werd gebouwd, beschikt over een Adema-orgel uit 1898. Dit orgel bevindt zich in een torennis en kan vanwege de grote afstand tot het priesterkoor niet als begeleidingsinstrument gebruikt worden. Er wordt nu getracht om een Foster and Andrews-orgel (1879, 22 stemmen, 3 manualen en pedaal) uit het Schotse Lochee aan te schaffen en te plaatsen in het noordertransept. Particulieren kunnen een gift overmaken op rek.nr. 60.49.18.437 t.n.v. Stichting Foster and Andrews orgel Harlingen, te Arum. (RH; NotaBene, juli/aug.’08)

Hengelo, St.-Lambertusbasiliek
In augustus 2008 is de restauratie en uitbreiding van het orgel van de St. Lambertusbasiliek door Adema’s kerkorgelbouw afgerond. Het bestaande drieklaviers orgel is uitgebreid met een vierde klavier in zwelkast. De speeltafel is geheel gedigitaliseerd.
De dispositie na uitbreiding telt 58 Registers, 32 Koppelingen en 2 Tremulanten.

Op zondag 12 oktober zal orgel tijdens een feestelijke eucharistieviering van 11.00 uur door aartsbisschop Eijk worden gewijd. 's Middags is er een feestconcert met vaste organist Louis ten Vregelaar en zijn Poolse collega Thomas Nowak, organist van de Lambertikkerk in Münster.

De dispositie is:
I Groot Orgel - Prestant 16’, Viola Major D. 16’, Prestant 8’, Fluit Harmoniek 8’, Bourdon 8’, Octaaf 4’, Roerfluit 4’, Quint 2 2/3’, Octaaf 2’, Cornet D. 5 st, Mixtuur 3-4 st, Trompet 8’.

II Positief Expr. - Quintadeen 16’, Holfluit 8’, Viola di Gamba 8’, Vox Coelestis 8’, Prestant 4’, Dwarsfluit 4’, Nasard 2 2/3’, Flageolet 2’, Terts 1 3/5’, Cymbel 3 st, Dulciaan 16’, Trompet 8’, Schalmey 4’, Tremolo

III Reciet Expr. - Bourdon 16’, Prestant 8’, Fluit Harmoniek 8’, Salicionaal8’, Holpijp 8’ , Fluit Octaviant 4’, Viola 4’, Piccolo Harmoniek 2’, Basson 16’, Trompet Harmoniek 8’, Basson-Hobo 8’, Klaroen Harmoniek 4’, Tremolo

IV Echo - Salicionaal 8’, Quintadeen 8’, Prestant 4’, Blokfluit 4’, Roerquint 2 2/3’, Gemshoorn 2’, Superquint 1 1/3’, Nachthoorn 1’, Scherp 3 st, Kromhoorn 8’ 

Pedaal - Resultantbas 32’m Prestant 16’m Subbas 16’m Zacht Gedekt 16’m Openbas 8’, Fluitbas 8’, Gedekt 8’, Koraalbas 4’, Ruischpijp 3 st, Bazuin 16’, Trombone 8’

Gouda
Het Stangenberger-orgel uit 1918 van de Oud Katholieke Kerk van St. Jan de Doper in Gouda is gerestaureerd door Adema’s Kerkorgelbouw. De dispositie is hierbij gewijzigd; het Hoofdwerk krijgt een nieuw vervaardigde Mixtuur- Cornet. Dit register vervangt de huidige Quint 2 2/3'.
Op 20 september 2008 wordt het orgel in gebruik genomen met een feestelijke vesperviering, waarna het orgel zal worden gedemonstreerd.
Dispositie:
Manuaal I - Prestant 8’, Bourdon 16’ , Roerfluit 8’, Octaaf 4’, Woudfluit 2’, Mixtuur-Cornet
Manuaal II - Gamba 8’, Holpijp 8’, Fluit 4’(harm.)
Pedaal - Subbas 16’ ( transmissie man , )
Koppels - I+II , P+I, P+II

KDOV-blad herfst 2008