Afdrukken

6 maart 2009 - Commentaar 
“Het geloof doorgeven is het wezen van de Kerk”, schreef paus Paulus VI in Over de verkondiging van het Evangelie (1974). Logisch, zonder nakomelingen sterf je uit. Toch zijn er parochies die klagen dat ze niet groeien, terwijl ze in hun activiteiten niet op groei gericht zijn. Zij kiezen in feite voor het sterfhuis.

Een symposium komende week in Utrecht over gastvrijheid wil daar verandering in brengen. De boeken van Leo Fijen laten zien hoe in zijn parochie door oprechte belangstelling, gekoppeld aan een goed verzorgde liturgie en een lange adem, nieuwkomers tot geloof in God komen. Een hartelijk welkom aan de deur, ruimte voor kinderen en de mogelijkheid voor ontmoeting na de viering zijn elementen die drempelverlagend werken.

De drempel verlagen door de liturgie te verlagen en haar te ontdoen van haar sacrale karakter is funest, zoals we uit ervaring weten. Voor de sociale dimensie die daarna resteert, hoeven mensen niet naar een kerk. Veel beter is het kloostermodel: monniken die hun gasten de gelegenheid bieden iets mee te maken van wat hen bezielt. Daarom moeten we onze eigenheid niet verzwakken, maar versterken, zoals onderzoekster Toke Elshof bepleit (zie pagina 3), want wat je niet hebt kun je niet geven. Zo hebben we nog een wereld te winnen als we bijvoorbeeld het geloof kunnen verdiepen van de koorleden die alleen naar de kerk komen als ze ‘moeten optreden’.

Vraag is of een Eucharistieviering de beste manier is om kennis te maken. De leefwereld van de eerste christenen was even heidens als de onze. Daar legden belangstellenden, de doopleerlingen, een lange weg af voordat ze met Pasen voor het eerst volledig mochten deelnemen. Kunnen we aansluiten bij de mensen die we willen bereiken? ‘Reli-tainment’ voor jongeren, Alphacursussen of vakantieweken als Celebrate bieden een veel betere manier om te groeien van gast naar huisgenoot. In het buitenland is er veel meer aandacht voor deze voorfase (zie pagina 15). Het katholiek onderwijs dat daar een natuurlijke entree is voor kinderen en ouders, is dat bij ons helaas allang niet meer.

Parochies zouden in deze veertigdagentijd aan gewetensonderzoek moeten doen: in hoeverre zijn we naar buiten gericht? Verdeel alle activiteiten in twee rijtjes: intern en extern. En wat blijkt? Zijn we zo druk bezig het interne in stand te houden dat we aan ‘buiten’ niet toekomen? Als we gastvrij willen zijn voor gezinnen: hoeveel aandacht schenken we aan gezinsvieringen, aan kinderopvang en kinderkerk? Is ons parochieblad gericht op de 20 procent ‘harde kern’ of op de 80 procent die maar af en toe naar de kerk komt? Hoe zijn we beter in staat bij de voorbereiding op de sacramenten en zelfs bij uitvaarten ons geloof over te dragen?

Eigenheid en openstaan voor anderen, identiteit en identificatie, staan niet tegenover elkaar. Integendeel: hoe hechter ons geloof, hoe oprechter onze belangstelling voor anderen zal zijn. En hoe meer we mensen te bieden hebben. (EA)

Bron: Katholiek Nieuwsblad
Link: http://www.katholieknieuwsblad.nl:80/actueel26/kn2610a.htm