Er zijn momenteel geen evenementen

Eén ding tegelijk, graag.
Het is een illusie dat mensen van alles tegelijk kunnen doen. Multitasken kan alleen als je je hoofd erbij houdt.

Moderne mensen buiten het leven dubbel uit. Ze instrueren hun secretaresse per gsm terwijl ze autorijden, tikken op de laptop een rapport terwijl ze genieten van de vrije natuur en checken hun e-mail onder het skypen. Ze zijn ontzettend efficiënt... Denken ze. Maar hoeveel kunnen onze hersenen werkelijk tegelijk? Zelfs al denken multitaskers vaak dat ze prima presteren, wie de stopwatch erbij pakt, ontdekt dat het anders ligt. Wie twee dingen tegelijk doet, is juist langer bezig. En de kwaliteit van het werk daalt ook.

Onderzoekers van de University of North Carolina bestudeerden vorig jaar wat er gebeurt wanneer in je hoofd twee verschillende taken met elkaar in concurrentie gaan. Ze vroegen proefpersonen de oren gespitst te houden op hoge en lage tonen en steeds aan te geven welk van twee het eerst kwam. Als het tijdverschil kleiner werd en de taak dus lastiger, hadden de proefpersonen de neiging om de ogen te sluiten. In dit geval mocht dat niet. Tot hun verrassing zagen de onderzoekers echter dat de hersenen van binnen uit de visuele schors stil legden. De luiken bleven open, maar binnen gingen de gordijnen dicht.


Switchtasken
Wat ‘multitaskers' doen, is in werkelijkheid bijna altijd ‘switchtasken'. De hersenen switchen heen en neer tussen de verschillende taken, waarbij delen van de hersenen beurtelings worden uitgezet en opgestart. Daarom ergeren veel mensen zich als ze tijdens een telefoongesprek aan de andere kant van de lijn toetsaanslagen horen. Wie typt tijdens een gesprek springt heen en weer tussen de twee taken. Een flard van het gesprek en dan een flard e-mail. ‘Wat zei je ook al weer?'

Dat schakelen tussen verschillende activiteiten gebeurt in een aantal ‘verkeerscentrales' onder het voorhoofd: in de prefrontaalschors. Daar zit ter hoogte van de linker wenkbrauw in een hersenplooi de regelkamer die de hersencentra remt die even niet aan de beurt zijn. Die plooi, de inferior frontal sulcus, voorkomt dat er in het hoofd een verkeerschaos ontstaat. Mannenhersenen zijn wat dat betreft strikter georganiseerd dan vrouwenhersenen. Vrouwen zijn zo ontworpen dat ze altijd ook nog opletten of hun kind niet in de plomp stapt. Hun aandacht is minder verkokerd, ze kunnen beter jongleren met verschillende taken. Maar ook in een vrouwenbrein is de frontaalschors ingericht voor één taak tegelijk.

Waarom is dat hersengebied zo'n monotasker? Waarom kan dit hersengebied meestal maar één taak tegelijk? Een blik op de anatomische kaart levert het antwoord. De hersenschors is een lappendeken van gespecialiseerde centra. Zelfs een simpele muisklik vergt al gecoördineerde actie van een reeks centra: centra voor oogbeweging, voor patroonherkenning, hand- en vingerbewegingen, tactiel gevoel vanuit de vingers en de terugkoppeling van de ‘klik', zowel via de vinger als het oor. De informatie van die centra moet op de juiste manier worden doorgestuurd van station naar station, temidden van een zee aan ruis. Als je voor het eerst je hand op een computermuis legt, is het voor de frontaalkwab een heel gedoe alles in goede banen te leiden.

Vaste informatieroutes
Gelukkig gaat dat muisklikken later vanzelf. Dat komt doordat centra hun verbindingen naar verloop van tijd kortsluiten. Taken die we regelmatig op dezelfde manier uitvoeren, krijgen vaste routes van A naar B. Zo'n route loopt bijvoorbeeld direct van de optische schors via verbindingscentra dieper in de hersenen, naar de premotorische hersencellen die bij het autorijden de stuurbewegingen regelen. De ogen registreren dat de kantlijn van de weg zich kromt en de handen draaien het stuur van de auto automatisch bij. Het gaat helemaal vanzelf. Het kost zelfs moeite om het anders te doen. Muziekprikkels van de autoradio stromen ondertussen vanuit het auditieve schors ter hoogte van het rechteroor naar de emotionele hersenen. Die twee vaste informatieroutes kruisen elkaar nergens en storen elkaar niet. En zo zijn er bij autorijden nog veel meer parallelle activiteiten: de richtingaanwijzer bedienen, schakelen, gas geven, remmen, op stoplichten letten... Allemaal informatiestromen die moeiteloos langs elkaar heen vloeien zonder elkaar te storen. Onze hersens kunnen dus eigenlijk uitmuntend multitasken, maar dan moeten ze wel eerst de tijd krijgen om alle verbindingen te stroomlijnen. En dát is nu de taak van de prefrontaalschors.

De prefrontaalschors is het trainingscentrum voor de rest van de hersenen, zou je kunnen zeggen. Het controleert de informatiestromen tot de betrokken hersencentra de taak routinematig kunnen uitvoeren. Het probleem met multitaskende hoogopgeleiden is dat hun takenpakket complex is. Er is vaak maar weinig routine en veel improvisatie. Dat hoge salaris hebben ze immers om oorspronkelijke arbeid te verrichten, niet voor standaardwerk.

Toch kunnen zeer ervaren professionals wel degelijk complexe taken combineren; zonder te vertragen en zonder aan kwaliteit in te boeten. De onderzoekers uit North Carolina herhaalden hun multitask-experiment met de hoge en lage tonen, met twintig zeer ervaren dirigenten. Dirigenten zijn bij uitstek multitaskers, was hun gedachte: ze moeten wel om een heel orkest in de gaten te kunnen houden, met hun ogen en oren én zonder achter de muziek aan te hobbelen. En inderdaad reageerden de dirigentenhersenen anders tijdens het experiment. Luisteren en kijken zaten elkaar in hun hersenen niet in de weg.

Aandacht sturen
De onderzoekers geloven dat de dirigenten dankzij jarenlange training uitmuntende multitaskers waren geworden. Wat deze professionals allereerst leerden, was aandacht verdelen. Terwijl ze tijdens een uitvoering de aandacht onafgebroken op de muziek gericht houden, splitsen ze een klein deel af om op andere taken te richten. Op belangrijke punten in de partituur, op muzikale accenten en het bijsturen van de instrumentengroepen.

Dat mensenhersenen in staat zijn om de aandacht te laten balanceren tussen verschillende taken weten we ook uit onderzoek naar meditatie. Boeddhistische monniken kregen plaatjes te zien zoals de Schröder Stairs, een trap met een balletje. De visuele hersenen kunnen het plaatsje op twee manieren zien: in het ene geval hangt het balletje boven de trap, in het andere geval hangt die voor een trap, waarvan je de onderkant ziet. De aandacht springt bij de meeste mensen tussen die twee interpretaties heen en weer alsof het magneten zijn. De monniken leerden de aandacht stabiel tussen beide in te laten zweven om zo beide trappen tegelijkertijd te kunnen ‘zien'.

Een meditatietraining van een paar dagen maakt de aandacht al flexibeler. Onderzoekers van universiteiten in het Amerikaanse Oregon en het Chinese Dalian verdeelden deze zomer veertig Chinese studenten willekeurig over twee groepen. De ene groep ging een weekje oefenen met mediteren, de andere groep kreeg standaard ontspanningsoefeningen. Na vijf dagen werden ze aan het hoofdrekenen gezet. Ze kregen sommetjes waarbij ze hun aandacht moesten verdelen. De meditatiegroep presteerde beter, had minder last van stress en raakte minder snel vermoeid.

Je kunt dus leren aandacht te sturen en te doceren. Maar dat is niet genoeg om een echte multitasker te zijn. Het geheim van de dirigent is dat hij zijn muzikale taken flexibel heeft geautomatiseerd. Anders dan de automobilist, die één kunstje kan, dat door zijn handen, voeten en lichaam wordt uitgevoerd, ontwikkelt een dirigent een flexibel instrumentarium om muziek te interpreteren, te analyseren en om zijn muzikale gevoel om te zetten in bewegingen van zijn handen, armen en lichaam. Al die taken zijn weliswaar kortgesloten en kunnen dus gelijktijdig plaatsvinden, maar toch heeft de prefrontaalschors van de dirigent er invloed op. De meeste automobilisten kunnen maar op één manier autorijden. Het kost zelfs moeite om een verkeerde gewoonte uit de ingebakken routines te slijpen. Je kunt dus leren de aandacht te sturen en te doceren. Maar dat is niet genoeg om een echte multitasker te zijn. Het geheim van de dirigent is dat hij zijn muzikale taken flexibel heeft geautomatiseerd. Net als bij de automobilist zijn vele taken kortgesloten en die kunnen dus gelijktijdig plaatsvinden maar toch heeft de prefrontaalschors van de dirigent er invloed op. De meeste automobilisten kunnen maar op één manier autorijden. Het kost zelfs grote moeite een verkeerde gewoonte uit de ingebakken routine te slijpen. Dat is prima in orde voor standaardactiviteiten als autorijden maar van een dirigent verwacht je meer dan een concert op de automatische piloot. Iedere uitvoering is anders, omdat de omstandigheden steeds weer anders zijn; de akoestiek, het orkest, het publiek, de tijdgeest.


Word een virtuoos multitasker
Voor wie flexibel wil leren multitasken geldt een - op het eerste gezicht wat paradoxale - gouden formule: doe niet teveel tegelijk. Wie de zaak forceert en aan het switchtasken slaat, blokkeert het proces, ontdekten onderzoekers van de universiteit van Californië in Los Angelos twee jaar geleden. Bij switchtasken leggen de hersenen een nieuwe vaardigheid wel vast maar alleen in de vorm van een instant recept. De switchtasker onthoudt wel hoe hij het moet doen maar niet waarom. Wat je wel met aandacht leert, wordt op een veel dynamischer manier vastgelegd. Onderzoekers zien daarbij activiteit in het geheugencentrum hippocampus. Hier wordt niet alleen de oplossing opgeslagen maar ook hoe we ertoe komen. De frontaalkwab, die in directe verbinding staat met de hippocampus, behoudt zo het inzicht in hoe het gedrag kan worden aangepast aan wisselende omstandigheden.

Daarom leert een dirigent zijn vak stap voor stap. Veel bekende dirigenten waren zelf solist met een instrument. Anderen trainen hun vaardigheden  eerst met orkesten met kleine bezetting. En ze besteden veel tijd aan luisteren en experimenteren. Ze oefenen hun fantasie met al die typen instrumenten en muzikale lijnen, maken zich de eigenschappen van de instrumenten eigen en ontdekken  stap voor stap de mogelijkheden van hun samenspel. Voor de hersenchirurg, de top-ambtenaar of de rechter is het niet anders. Alleen door hun vaardigheden in vele jaren gedoseerd en met volle aandacht te ontwikkelen, bereiken zij de top. Multitasken kun je dus leren, maar neem er de tijd voor. Om ooit een virtuoos multitasker te zijn, moet je je juist niet laten verleiden tot switchtasken. Schakel terug zodra je merkt dat de stress oploopt en de kwaliteit van je werk begint te dalen. En wees altijd zuinig met je aandacht. Multitask alleen als dat echt toegevoegde waarde heeft. Maak er geen circusact van.

'Alsof ik meerdere hoofden heb'
 
'Mijn agenda is altijd flexibel,' zegt Annemiek van der Hell (45). Ze was producent van VPRO-programma Jiskefet en organiseert nog steeds alles dat uit het programma voortvloeit. Ze doet voor producent Pieter van Huystee Film vijf projecten en dan heeft ze ook nog een man en twee kinderen, is voorzitter van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Geert Groote School in Amsterdam, schaatst en doet daar buitenom nog twee ‘projecten los van alles en iedereen'.

‘Hoe drukker ik het heb, hoe efficiënter ik werk. Ik heb eigenlijk nooit stress. Wel soms de zenuwen, maar dat is goed. Dat houdt me scherp. Deadlines daar word ik ontzettend gestructureerd van. Bij Jiskefet begonnen we vroeger  's ochtends en dan wisten we niet wat we  's avonds gedraaid zouden hebben. De ideeën kwamen in de loop van de dag. Dat ging ik dan regelen. Geweldig!'

‘Mijn geheim? Een leraar vertelde me ooit dat hij zich verbaasde dat ik altijd het antwoord wist op zijn vraag. Ook als het leek alsof ik met andere dingen bezig was dan met zijn les. Dat klopt: ik heb altijd een overzicht in mijn hoofd van de verschillende werkprocessen. Ik weet altijd wat er gaande is, waar ik heen wil en hoe ik dat wil bereiken. Het is alsof ik een aantal hoofden naast elkaar heb.

‘Ik heb nooit het gevoel gehad dat dit mijn werk is.  Ja, mijn agenda zit nu vol. Maar als er nog iets heel leuks langskomt... erover nadenken kan altijd.'

'In de eindfase wordt het stil op de steiger'
 
'Zelfs als een plek heel sleets is, kun je uit sporen vaak reconstrueren hoe het geweest is', zegt restauratrice Astrid van den Berg (40). ‘Ik laat me leiden door wat ik van het schilderij weet uit het wetenschappelijk vooronderzoek, maar vooral ook door mijn ogen. Door te kijken en te kijken. Door op kleuren en lijnen te letten. Stipje voor stipje herstel ik het beeld. Het is ontzettend mooi om een beschadiging te zien sluiten en de uitdrukkingskracht van de schilder terug te zien komen.

‘Ooit vond ik in een donkere partij van een zeventiende-eeuws stilleven zelfs een heel drinkglas terug. Het transparante object was door beschadigingen niet meer te zien. Alleen door de achtergrond te sluiten zag ik de lijnen van het glas naar voren komen. Het is een spel tussen je eigen terughoudendheid en de informatie die in het schilderij resteert.

‘Ik ben tijdens mijn werk voortdurend ethische afwegingen aan het maken: waar eindigt de kunstenaar en waar begin ik? Hoe ver ga ik? ‘Uiteindelijk moet alles in evenwicht zijn, juist ook als je van een afstand naar het schilderij kijkt. Het wordt steeds spannender naarmate de restauratie vordert. Dit is een onderdeel van mijn werk dat je met je volle aandacht moet doen. Ben je afgeleid, dan raak je de sporen kwijt en ontstaat er onrustig beeld. Je moet er met je ogen en je handen volledig bij zijn. Als we met een team aan een groot schilderij werken dan wordt het stil op de steiger.'

‘Ik volg alle melodieën tegelijkertijd'
 
Tijdens een concert zijn mijn oren tot het uiterste gespitst, vertelt concertpianist Kimball Huigens (32): ‘Een zoemende lamp, geschuifel, gekuch. Ik peil of de muziek contact maakt met het publiek. Is er meer levendigheid nodig in mijn bewegingen? En natuurlijk luister ik naar mijzelf. Het publiek hoort vooral de hoofdmelodie, maar om de muziek diepte en kleur te geven zijn ook de nevenmelodieën belangrijk. Ik volg al die melodieën tegelijkertijd. Alsof ik naar een orkest zit te luisteren. Ik luister en ik denk vooruit. Gisteren speelde ik een stuk van Brahms met lange lijnen met een grote spanningsopbouw. Die stel ik me voor als een bergpad. Ik weet dan dat ik over een minuut op het hoogste punt ben. Ik bepaal de weg die ik wil gaan. Zo kan ik met mijn lichaam anticiperen op de fysieke spanning die nodig is om op de top te komen.

‘Ja, natuurlijk zijn ook de vingerbewegingen belangrijk. Mijn vingers moeten daar en daar zijn om die en die toets in te drukken. Het klinkt misschien vreemd, maar daar hou ik me tijdens een concert maar heel zijdelings mee bezig. Tijdens het studeren zorg ik dat mijn vingers zo vertrouwd worden met de muziek dat ze hun werk doen en vooral ook dat ze me niet hinderen. Ik automatiseer hun bewegingen, zodat ze op het juiste moment de juiste toetsen kunnen vinden. Maar ik behoud wel de vrijheid om de dynamiek en timing in mijn spel te leggen zoals ik dat op het moment wil. Dat vergt flexibiliteit. Ik kan er bijvoorbeeld voor kiezen om met mijn hand van bovenaf te komen of met een draaiende beweging van onderen de toetsen te benaderen. Dat geeft een heel andere klank.'

tekst: mark mieras

Bron: Intermediair, 30-12-2008
http://www.intermediair.nl:80/artikel.jsp?id=1733030