Er zijn momenteel geen evenementen

Antoine Bodar juicht het eerherstel van de oude Mis toe, evenals de verzoening van de Utrechtse Willibrorduskerk met mgr. Eijk. Hij hoopt dat de oude liturgie de nieuwe zal bevruchten. Maar dan moet er nog heel wat meer gebeuren.

Henk Rijkers
“In de liturgie gaat het om Christus en niet om ons. De bisschoppen moeten het lef hebben in te grijpen in de liturgie van hun kathedraal. De kathedralen moeten immers het voorbeeld geven. Dat betekent: mensen opnieuw opvoeden in de mystagogie, hen dieper binnenleiden in het mysterie van het geloof. Veel mensen vinden het terugkeren van de oude Mis onzin. Ik heb zelf echter als kind die Mis gespeeld. Ik denk dat ik die nog wel zou kunnen opdragen. Ik wil dat ook doen, als men het mij vraagt, hoewel ik de nieuwe Mis veel mooier vind. Waarom heeft de paus vorig jaar dan toch de oude Mis en de Tridentijnse liturgie weer in ere hersteld met zijn motu proprio Summorum Pontificum? Waar het de paus allereerst om gaat, is dat de eerbied in de liturgie terugkeert, dáár gaat het om.”
 
“De paus wil het Latijn en de Tridentijnse liturgie ontideologiseren.”
“Na veertig jaar scheiding is de verzoening met de Willibrorduskerk een waar wapenfeit van de nieuwe aartsbisschop. Het is natuurlijk niet zijn bedoeling de Latijnse liturgie daar te isoleren. Nu is de Willibrordus nog een rectorale kerk, een soort bijkerk van de Utrechtse binnenstadparochie, maar het gaat erom dat daar een vitale kern ontstaat. Er is nu alleen het probleem dat de Mis om 10.30 uur is. Dan zijn alle celebranten bezet. Dat is een reëel praktisch probleem. Ik hoop van harte dat men daar uitkomt. Waar ik vooral blij om ben, is dat het isolement van de Willibrordgemeenschap voorbij is. Nu is de Willibrordus een prachtige kerk, maar ook daar moet het om God gaan. Ik hoop dat de Willibrordus een functie krijgt in de herleving van dat besef.”

“Rudolf Otto geeft in zijn boek Das Heilige aan dat het zo merkwaardig is dat een liturgie die wat de taal aangaat misschien niet letter voor letter begrepen kan worden, toch diep kan ontroeren. In mijn formulering: vooraf aan het begrijpen van de liturgie gaat het gegrepen worden dóór de liturgie. De hele idee van mystagogie moet teruggebracht worden. Dat kan ook in het Nederlands, maar dat moet dan wel gestileerd zijn. Er is onlangs voor gepleit ook weer zaken uit het hoofd te leren. Het nadeel is dat je thans zoveel vertalingen hebt. Je kunt nooit iets citeren, omdat je altijd weer een andere vertaling onder je neus krijgt. Maar er is niets tegen de landstaal, helemaal niets. Alleen: een liturgische taal hoort aan te sluiten bij de onalledaagsheid van de H. Mis. We onderbreken op zondag immers het dagelijks leven. Die onderbreking is wezenlijk.”

“Ik begrijp heel goed dat de paus dat motu proprio heeft geschreven. De liturgische ontwikkeling was hem een doorn in het oog. Je ziet dat Benedictus XVI nu teruggrijpt op de pauselijke troon van Leo XIII, op de mijter van Pius IX, naar ik meen heeft hij de kruisstaf van Pius XI. Bij mij in huis wordt ook veel gesproken over de rode schoenen van de paus, die van het Byzantijnse hof afkomstig zijn. Dat past bij deze paus. Het is een man die gevormd is in die oude liturgie. Hij zal – maar dat is mijn interpretatie – wat ik noem het buitengooien van het mysterie heel erg hebben gevonden: het zo plat en begrijpelijk maken dat alle mysterie verdwijnt: die volkomen verkeerde interpretatie van actuosa participatio (de ‘intensieve deelname’ van misbezoekers waar het Concilie voor pleit – hr). Het gaat er niet om dat iedereen zich achter het altaar verdringt. Het gaat erom dat je niet de rozenkrans gaat zitten bidden of Thomas a Kempis opslaat, maar dat je de H. Mis volgt. Dát betekent het.”

“Het heet ‘restoratief’, als je zaken van voorheen durft te dragen of als je de intentie hebt als priester niet de conferencier of presentator te zijn. Officieel mag de priester dan wel de ‘voorzitter’ van de eredienst heten, het gaat niet om hem. De priester hoort in de liturgie te verdwijnen om aan Christus zijn handen en stem te geven. Ik vrees dat in de kramp waarin vele lieden na het Concilie geraakt zijn, gedacht is: we moeten de mensen meer aanspreken. Dat kan alleen maar door populair te worden. Maar op het moment dat het kamerbreed tapijt de Kerk werd ingerold, bleven de mensen thuis. Ik herinner me de periode dat ik met name op Goede Vrijdag thuisbleef om naar gregoriaans te luisteren in mijn eigen vertrekken om al die vreselijke creativiteit in de kerk maar niet mee te hoeven maken.”

‘Liturgie mag armelijk zijn, maar nooit slordig’ 
“Een liturgie die er ooit was, kan niet worden afgeschaft, net zomin als het Latijn ooit is afgeschaft. Het gaat de paus niet alleen om het binnenhouden van de heimweefiguren. Waarbij ik dan onmiddellijk aanteken dat ik twee jaar geleden in de Parijse Saint-Nicholas-du-chardonnet terechtkwam. Ik wist niet dat dit een Lefèbvriaanse kerk was, maar onmiddellijk werd je gewaar dat je in een huis van God was. Die eerbied spreekt ook jongere mensen aan. Dit moeten wij in de katholieke Kerk zien terug te krijgen. Het gaat erom dat je in de kerk bidt, en niet praat. Zeker, dat zal moeite kosten. Ik begrijp ook wel dat men destijds dacht: we worden één. We zijn geprotestantiseerd in Nederland. ‘Huis van God? Wat een gezeur, het is gewoon een verzamelruimte. Liefst multifunctioneel, met een schuifwandje zodat ook de klaverjasclub er terecht kan.’ Een ramp ook dat men op zondag in Nederland die misboekjes op krantenpapier moet lezen, waar nooit het eerste Hooggebed in staat. Je krijgt altijd de meest vlakke canones toegediend. De eerste canon is natuurlijk zeer verticaal. En waar de jeugd het meest door wordt aangetrokken in de Latijnse liturgie, is juist door het mysterie.”

‘Eerst gegrepen worden, dan begrijpen’ 
“Wat de paus – denk ik – bereiken wil, is dat het Latijn en de Tridentijnse liturgie nog meer uit de ideologische sfeer komen. Als die ontideologisering vordert, zou ik me best voor kunnen stellen dat bepaalde elementen uit de oude liturgie terugkeren in de hedendaagse. Bijvoorbeeld de voormis met het gezicht naar het volk, maar de offerdienst naar het altaar, zoals je in Italië wel ziet. Waar ik dan meteen bij aanteken, dat ik de huidige Mis mooier vind dan de oude. Waarom? Ik denk dan aan Vaals, dat hierin mijn school is: de huidige liturgie is eenvoudig en doorzichtig. Een modern kunstwerk waaraan niets kan worden toegevoegd of afgedaan. De Tridentijnse liturgie is van de zestiende eeuw: zeer verticaal, maar ook een overladen en barokke vorm waarin almaar herhaald wordt: eindeloos gekniel, eindeloos kruisjes.”

“Gerardus van der Leeuw heeft het goed gezegd: liturgie mag best armelijk zijn, maar nooit slordig. Juist dat laatste zie ik terugkeren: vieze altaardwalen, slecht gestreken corporalen. Er zijn altijd twee opvattingen geweest over liturgie: in de twaalfde eeuw had je abt Suger met de Saint-Denis, en aan de andere kant Bernard van Clairvaux, die zich ergerde aan al die luxe. Het ene standpunt is dat voor God niets goed genoeg kan zijn. Het andere dat alles wat niet sober is, alleen maar afleidt. Eigenlijk heeft Bernard het nu gewonnen van Suger. Maar dat betekent niet dat we Suger mogen buitensluiten. Ook dat is een traditie van onze Kerk, die veel mensen aanspreekt en die de oosterse liturgie bijvoorbeeld heeft volgehouden. Zo zou ik best een pleidooi willen houden dat de Willibrordus mede een centrum zou worden van Tridentijnse liturgie. Daar zou ik geen probleem mee hebben. Want naarmate de oude Mis verder ontideologiseert, kan die de nieuwe Mis bevruchten. Dan doel ik niet eens zozeer op de vorm, als wel op de geest. Zodat we uiteindelijk toch op één Latijnse rite uitkomen.”


Bron: KatholiekNieuwsblad, 19 december 2008
 
Link:  http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel25/kn2551e.htm