1 Het aantal arbeidsuren wordt vastgesteld volgens het schema “Vaststelling totaal aantal arbeidsuren”, dat is opgenomen in de Diocesane Regeling Salariëring kerkmusicus (Bijlage II).
Uitgangspunt voor de vaststelling van de beloningsstructuur is een maximum van 26 uren per week. In de honorering is de voorbereidingstijd begrepen.

2 Het salaris wordt bepaald per maand door vermenigvuldiging van het aantal arbeidsuren volgens lid 1 met het bedrag per uur volgens lid 3 en deling van de uitkomst door 12.

3 De bedragen per uur worden vastgesteld naar het bevoegdheidsniveau conform de Interdiocesane Regeling voor de Kerkmuziek (Bijlage II, punt 1).

4 De bedragen per uur worden vastgesteld naar bevoegdheid en naar uitoefening van de gecombineerde dan wel enkelvoudige functie van dirigent en/of organist. De uurbedragen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de “gemengde index”, welke het gemiddelde is van:

a de Totaal Consumentenprijsindex, werknemersgezinnen met een laag inkomen, afgeleid;

b en het indexcijfer van de CAO-lonen per maand, inclusief bijzondere beloningen particulier bedrijf.

De formule voor de salarisaanpassing per 1 januari van het jaar x luidt:

A= {consumentenprijsindex (aug x-1) - cons. prijsindex (aug x-2)}x {100 : consumentenprijsindex (aug x-2)}

B= {loonindex (aug x-1) - loonindex (aug x-2)} x {100 : loonindex(aug x-2)}

De salarisverhoging voor het jaar x bedraagt

A + B
––––– %
2

Deze uurbedragen worden jaarlijks gepubliceerd in de Diocesane Regelingen.

5 Indien de werknemer, die de functies van organist en dirigent combineert, voor die functies ongelijke bevoegdheidsniveaus bezit, wordt het uurbedrag van het hoogste bevoegdheidsniveau in een enkelvoudige functie vermeerderd met 50% van het bedrag, dat voor het lagere bevoegdheidsniveau in enkelvoudige functie geldt.