1. De bepalingen van dit rechtspositiereglement zijn van toepassing op de arbeidsverhouding tussen elke werkgever en iedere werknemer, met uitzondering van personen die als vervanger gedurende vakanties of om andere reden werkzaam zijn gedurende ten hoogste een maand.

  2. De bepalingen van dit rechtspositiereglement zijn slechts van toepassing voorzover zij niet in strijd zijn met de Nederlandse en de kerkelijke wetten en met de regelingen, die uit deze wetten voortvloeien.

  3. De bij dit rechtspositiereglement gevoegde bijlagen en regelingen, waarnaar in de volgende artikelen wordt verwezen, worden geacht met dit rechtspositiereglement één geheel uit te maken.

  4. Voorzover in dit reglement de woorden hij, hem en andere mannelijke woordvormen worden gebruikt en daarmee personen worden aangeduid, wordt daaronder tevens begrepen de vrouwelijke werknemer.