De functie van dirigent kent de volgende niveaus en bevoegdheidvereisten: 

1          Niveau I:

-           het dragen van verantwoordelijkheid voor het kerkmuzikaal gebeuren als geheel in de betreffende kerk, respectievelijk de plaats, waar de functie moet worden vervuld, met dien verstande dat hij dit alles dient te realiseren in een goede samenwerking met de fungerend organist van wie hij de eigen specifieke verantwoordelijkheid respecteert, waarbij gestreefd wordt naar een qua inhoud en uitvoering zo hoog mogelijk niveau;

-           het leiding geven aan één of meer in de liturgie functionerende koren en eventuele instrumentale groepen;

-           het leiden van de liturgische gemeenschapszang;

-           het hebben van supervisie over en zorg voor de werving en begeleiding van hulpdirigenten en/of cantores en voor kwaliteitsbewaking;

-           het eventueel geven van concerten waarbij zo mogelijk zal worden gebruik gemaakt van de ter plaatse beschikbare medewerkers en instrumenten. 

Voor deze functie dient de dirigent in het bezit te zijn van:

-           hetzij het diploma Kerkmuziek, afgegeven door de Stichting Nederlands Instituut voor Kerkmuziek, hoofdvak koordirectie;

-           hetzij een diploma Uitvoerend Musicus Koordirectie van een Nederlands conservatorium of daarmee gelijk te stellen opleiding, tezamen met het Praktijkdiploma Kerkmuziek, koordirectie. 

2          Niveau II:

-           het dragen van eigen verantwoordelijkheid voor het kerkmuzikaal gebeuren in de betreffende kerk, respectievelijk de plaats, waar de functie moet worden vervuld, met dien verstande, dat hij dit alles dient te realiseren in een goede samenwerking met de fungerende organist van wie hij de eigen specifieke verantwoordelijkheid respecteert;

-           het leiding geven aan één of meer in de liturgie functionerende koren en eventueel instrumentale groepen;

-           het leiden van de liturgische gemeenschapszang;

-           het hebben van supervisie over en het zorgen voor werving en begeleiding van de muzikale medewerkers en voor kwaliteitsbewaking. Voor deze functie dient de dirigent in het bezit te zijn van het Praktijkdiploma Kerkmuziek, koordirectie. 

3          Niveau III:

-           het dragen van eigen verantwoordelijkheid voor het kerkmuzikaal gebeuren in de betreffende kerk, respectievelijk plaats, waar de functie moet worden vervuld, met dien verstande, dat hij dit alles dient te realiseren in een goede samenwerking met de fungerende organist van wie hij de specifieke verantwoordelijkheid respecteert.

-           het leiden van een in de liturgie functionerend koor en eventuele instrumentale medewerkers in een goede samenwerking met de fungerende organist;

-           het leiden van de liturgische gemeenschapszang. 

Voor deze functie dient de dirigent in het bezit te zijn van een bevoegdheidsverklaring, afgegeven door de Commissie Bevoegdheidsverklaringen, na een door de kandidaat afgelegd examen, afgestemd op de in artikel 2.1, sub c bedoelde normen, met aantekening voor dirigent.