2.1       Er is een commissie bevoegdheidsverklaringen voor de kerkmuziek die tot taak heeft:

a          het afgeven van bevoegdheidsverklaringen zoals bedoeld in de artikelen 4.3, 5.3 en 6.3;

b          het afgeven van bevoegdheidsverklaringen voor niveau I en II aan hen die

            -           in het bezit zijn van de voor niveau I resp. II gevraagde diploma’s, maar die in hun situatie behoefte hebben aan een dergelijke verklaring ter overlegging aan hun werkgever;

            -           niet of ten dele in het bezit zijn van de voor niveau I resp. II gevraagde diploma’s, maar die wel het daarmee overeenkomende niveau bezitten en van wie op grond van bijzondere omstandigheden niet mag worden geëist dat zij alsnog de betreffende diploma’s trachten te verwerven;

c          het opstellen van normen, waaraan de kerkmusicus dient te voldoen om in aanmerking te kunnen komen voor de onder a. genoemde bevoegdheidsverklaring en van een examenreglement, een en ander in overleg met de organisaties van kerkmusici, waarvan vertegenwoordigers in de commissie zitting hebben en in artikel 2.2 genoemd zijn;

d          het in overleg met de organisaties van kerkmusici, waarvan vertegenwoordigers in de commissie zitting hebben en in artikel 2.2 genoemd zijn, wijzigen van de normen als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6, indien de opleidingen tot kerkmusicus daartoe aanleiding geven;

e          het gevraagd en ongevraagd advies geven aan de Bisschop in zaken die de voorafgaande punten a. t/m d. betreffen.

2.2       De Commissie bestaat uit tenminste 3 en ten hoogste 5 leden, die door de Bisschoppenconferentie worden benoemd, op voordracht van de representatief te achten organisaties van kerkmusici, te weten:           

            -           een lid, respectievelijk twee leden door de Nederlandse Sint Gregorius Vereniging (NSGV);           

            -           een lid, respectievelijk twee leden door de Katholieke Dirigenten- en Organisten Vereniging (KDOV);           

            -           een lid door de Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging (KNTV).           

Deze voordracht zal worden toegezonden aan de Bisschoppelijke Commissie voor Liturgie, liturgische Muziek en kerkelijke Kunst, welke de voordracht, - vergezeld van haar advies - door zendt aan de Bisschoppenconferentie.           

De leden van de Commissie worden benoemd voor een periode van 3 jaar.           

Zij zijn terstond, doch niet meer dan tweemaal herbenoembaar. 

2.3       Wanneer de Commissie een verzoek tot afgifte van een bevoegdheidsverklaring afwijst, stelt zij de verzoeker daarvan schriftelijk in kennis onder vermelding van de redenen voor de afwijzing.           

De Commissie stelt de verzoeker daarbij in de gelegenheid binnen twee maanden bezwaren in te dienen bij een ad hoc in te stellen commissie van beroep bestaande uit drie kerkmusici, waarvan één door de klager en één door de Commissie wordt aangewezen, die tezamen een derde lid kiezen. Deze drie personen mogen geen lid zijn van de Commissie Bevoegdheidsverklaringen voor de kerkmuziek.