1          Voor de aanvang van de behandeling van de zaak en de zitting kan op verzoek van de partij een lid van het Scheidsgerecht worden gewraakt:

            a          indien hij persoonlijk belang heeft bij het geschil;

            b          indien hij aan een van de partijen in bloed- of aanverwantschap staat, de vierde graad ingesloten;

            c          indien hij een advies in de zaak heeft gegeven of met een van de partijen een bespreking erover heeft gevoerd;

            d          indien er een hoge graad van vijandschap of vriendschap bestaat tussen hem en een van de partijen;

            e          indien hij binnen een tijdvak van vijf jaren, voorafgaande aan de datum van ontvangst van het beroepschrift door de voorzitter, lid is geweest van het bestuur van een instelling, waarbij appellant in dienst is;

            f           in andere gevallen, waarin daartoe een ernstige reden aanwezig is.

2          In dezelfde gevallen kan een lid van het Scheidsgerecht zich verschonen.

3          Over de wraking wordt zo spoedig mogelijk beslist door de overige leden van het Scheidsgerecht.

4          Bij een staking van stemmen wordt de wraking geacht te zijn toegewezen.